Weblog over de geschiedenis van de familie van Egten en StruikPosts RSS Comments RSS

Print Print

Arrest tegen Douwe D. van Echten, 28 november 1865 no 2173 van de Rol

Tjabring van Egten_001 (Large) 

Arrest tegen Douwe D. van Echten 20 november 1865 No. 2173 Van de rol   In naam des Konings!   Het provinciaals Geregtshof van Friesland gezien dezelfde arrest van den 30 october 1865 waarbij Douwe Douwe Doekes van Echten, oud 26 jaren,bakker, geboren te Sexbierum woonende te Leeuwarden is verwezen naar de openbare teregtzitting van dit hof om door hetzelfde te worden teregtgesteld. Gezien de acte van beschuldiging door den procureur generaal opgemaakt, houdende dat hij wordt beschuldigd van: Twee diefstallen gepleegd bij nacht op bewoonde plaatsen En het wanbedrijf van een eenvoudige diefstalen zulks na reeds te voren tot eene cellulaire gevangenisstraf van de tijd van langer dan zes maanden te zijn veroordeeld geweest. Gehoord de mondelinge getuigen door den procureur generaal voorgebracht. Gezien het requisitoir van den procureur generaal  daartoe strekkende ten ..de beschuldigde zal worden schuldig verklaard aan de hierboven omschreven misdaden en wanbedrijf en de ter dierzake op grond van art.  386 no. 1 en 401 van het wetboek van strafregt en art. 11 der Wet van den 24 juni 1854 (staatsblad no 102) veroordeeld tot eene tuchthuisstraf van minstens .. en ten hoogste tien jaren, welk maximum met een derde kan worden verhoogd, en de kosten van het regtsgeding , invorderbaar bij lijfsdwang, dat een …uit condemnatoir arrest zal worden gedrukt en aangeplakt in de gemeente Leeuwarden en Menaldumadeel. Gelet op de verdedinging door en van de verdediging daartegen ingebragt. Overwegende dat de beschuldigde ter zitting heeft bekend.   1) dat hij zich in de nacht van 20 september 1865 heeft begeven op het afgesloten erf den bewoonde huizing van Harmen Johannes van Akker, koopman onder Marssum,en uit een daarop staande vuurhut, heeft ontvreemd en naar zijn woning heeft vervoerd, een kookkagchel, die aldaar door de politie is bevonden ter regtzitting aanwezig en door hem herkent.   2) Dat hij na zonsondergang in de nacht van 5 october 1865 omstreeks 9 uur door een hekje is gegaan op de met latwerk rondom afgesloten aanhorigheid der brugwachters woning van Pieter Hania te Leeuwarden en vandaar heeft ontvreemd een vensterluik.   3) Dat hij op den 6 october 1865 op de Langepijp te Leeuwarden heeft ontvreemd een pakje manifacturen staande tegen de raderen van den wagen van Johannus Stroosma wonende te Sint Anna Parochie. De manifacturen, ter teregtzitting door hem in de aanwezige herkend, hij nog denzelfden dag onder den naam van Jan Sijbrens Brandsma van …. gedeeltelijk heeft verpand in de bank van lening te Franeker en die voor een ander deel door de politie in zijne woning zijn bevonden. Overwegende dat deze bekentenissen zijn bevestigd door de ter regtzitting onder ede afgelegde getuigenissen van:   1 Voormelden van Akker, die bedoelde kagchel heeft herkent als in den aangeduiden nacht uit de vuurhut op de aanhoorigheid van het door hem bewoonde huis ontvreemd.   2 Voormelden Hania die op 6 october één zijner luiken van voormelden aanhorigheid heeft vermist en het op den 8 october heeft teruggevonden in het bezit van beschuldigde die het als disch gebruikte tot het verkoopen van snoeperijen aan den weg bij den Vrouwenpoortsbrug.   3 Jan Pieter  Haarsma, winkelier te Sint Anna Parochie die de in de woning van den beschuldigden gevonden manifacturen heeft herkend als met meer anderen in een pakje op den 6 october 1865 door hem ter verzending aan zijn adres bezorgd in den vrachtwagen van voormelde Stroosma. En daaruit vermist. Overwegende dat blijkens ter teregtzitting voorgelezen arrest van dit Hof van den 19 september 1865 de beschuldigde is veroordeeld tot eene cellulaire gevangenisstraf van één jaar. Overwegende dat de bekentenissen van den beschuldigde zijn vergezeld van een bepaalde en nauwkeurige opgave van omstandigheden,die ook uit de verklaringen van de personen tegen wie de misdrijven zijn gepleegd, respectievelijk bekend zijn en daarmede overeenstemmen Overwegende dat het Hof alzoo door wettige bewijs middelen de overtuiging heeft bekomen dat de feiten zoodanig die in de acte van beschuldiging zijn vermeld waarlijk hebben plaatsgehad daarbij zijn gequalificeerd en door deze beschuldigde zijn bedreven. Beslist dat wettig en overtuigend is bewezen dat de beschuldige heeft bedreven: 1 Diefstal van een kookkagchel in de nacht van 20 op 21 september 1865 gepleegd jegens en uit eene vuurhut op het erf der afgeslotene huizinge van Harmen Johannes van Akker, koopman onder Marssum. 2 Diefstal van een vensterluik in den avond van den 5 october 1865 na zonsondergang, alzoo bij nacht gepleegd op de rondom gesloten aanhorigheid der brugwachterswoning van Pieter Hania, brugwachter te Leeuwarden En Het wanbedrijf van 3 Diefstal uit een pakje met manifacturen toebehoordende aan jan Pieter Haarsma, winkelier te Sint Anna Parochie gepleegd vanaf of bij een vrachtwagen op de Langepijp te Leeuwarden op den 6 october 1865. Alles, na reeds bij arrest van het provinciaals geregtshof van Friesland op 19 september 1865 tot eene cellulaire gevangenisstraf van een jaar te zijn veroordeeld geworden. Overwegende dat deze feiten met een straf worden bedreigd bij art. 386 no. 1 en 401 van Wetboek van strafregt en art. 11 der wet van 24 juni 1854 (staatsblad no. 102) Verklaart den beschuldigde schuldig aan twee diefstallen bij nacht op bewoonde plaatsen en het wanbedrijf van eenvoudige diefstal, en zulks na reeds te voren tot een cellulaire gevangenisstraf voor den tijd van langer dan zes maanden te zijn veroordeeld geweest. Voorts gezien art. 201 Wetb. Van strafrecht, verklaart van toepassing van de gemelde wetsartikelen alleen de art. : 386 no 1 en 11 dito wet van den 29 juni 1854 (stbl. No. 112 ..) art. 386. Met het tuchthuis zal gestraft worden al wie zich schuldig gemaakt heeft aan dieverijen in één der navolgende gevallen gepleegd. 1e In geval de dieverij bij nacht en door twee of meer personen gepleegd is; ofzoo zij gepleegd is met slechts één van deze omstandigheden maar tevens op een plaats die bewoond  was of tot bewoning diende. Art 11 De art. 56, 57 en 58 van het wetboek van strafrecht zijn afgeschaft. Indien iemand na reeds te voren hetzij tot eene criminele straf, hetzij tot een gevangenisstraf voor den tijd van langer dan één jaar of tot eenzame opsluiting voor den tijd van langer dan zes maanden veroordeeld te zijn geweest, andermaal wegens misdaad of wanbedrijf, daarna gepleegd, te regt staat, stelt de vroegere veroordeling eene verzwarende omstandigheid daar, waarop de regter, behoudens de bepalingen van art. 9 en 20 dezer wet bij de toepassing der straf acht moet geven. De regter is bevoegd de straf van verbanning, tuchthuis of gevangenis zelfs met een derde boven het maximum te verhogen. Wijders acht gevende op de vroegere veroordeling, Voorts gezien art 52 wetboek van strafregt,   Condemneert den schuldigverklaarde Douwe Doekes van Echten tot een confinement in een huis van revlusie en tuchteging voor den tijd van vijf achtereenvolgende jaren om aldaar door zijnen arbeid zijn onderhoud te gewinnen.   Condemneert den schuldigverklaarde in de kosten van het regtsgeding ten behoeve van den Staat invorderbaar bij lijfsdwang. Gelast dat het gestolene aan de eigenaar of regthebbende zal worden teruggegeven.   Ordonneert eindelijk dat extract van dit arrest zal worden gedrukt en aangeplakt in de gemeenten Leeuwarden en Menaldumadeel.   Aldus gedaan en gewezen te Leeuwarden bij den Heeren Mr. Buma, president generaal, Baron van Harinxma thoe Slooten, …Jongsma en Tromp, raden in den Hove, en uitgesproken door den president ter terechtzitting met opene deuren den achtentwintigsten november , eenduizend acht honderd vijf en zestig in tegenwoordigheid van gemelde Heeren en van den procureur generaal en door den president en benevens den substituut griffier ondertekend.   W. M. Buma D. J. Haringxma thoe Slooten .. Jongsma Tromp … Overbeen   

No responses yet

Comments are closed.