Weblog over de geschiedenis van de familie van Egten en StruikPosts RSS Comments RSS

Print Print

Barradeel, Friesland

Duidelijk is dat de vader van Doeke van Egten senior uit Barradeel komt. Wat is nu Barradeel? uit de Wikipedia: Barradeel (Fries: Barradiel) is een voormalige gemeente in het noordwesten van de provincie Friesland (Nederland) en heeft bestaan tot 1984. Barradeel telde op 1 januari 1974 6747 inwoners en had een oppervlakte van 66,98 km². Bij de gemeentelijke herindeling op 1 januari 1984 is Barradeel verdeeld over de drie gemeenten Franekeradeel, Harlingen en Het Bildt. Een groot deel is toentertijd samen met de stad Franeker toegevoegd aan Franekeradeel. Een klein deel in het zuidwesten met het dorp Wijnaldum is toegevoegd aan Harlingen en een klein deel in het noordoosten rondom het dorp Minnertsga aan Het Bildt. Afbeelding: barradeel_in_1983_0.PNG De gemeente Barradeel in 1983

Kernen (1983)

De gemeente Barradeel bestond uit acht dorpen. De hoofdplaats was Sexbierum.
Nederlandse naam Friese naam
Firdgum Furdgum
Klooster-Lidlum Kleaster-Lidlum
Minnertsga Minnertsgea
Oosterbierum Easterbierrum
Pietersbierum Pitersbierrum
Sexbierum Seisbierrum
Tzummarum Tsjummearum
Wijnaldum Winaem
Uit de Tresoar, kennelijk een stuk uit de 19e eeuw: BARRADEEL, griet., prov. Friesland, kw. Westergoo, arr. Leeuwarden, kant. Harlingen (2 k. d., 4 m., 2 s. d.); palende N. O. aan het Bildt, waarvan zij door den ouden Zeedijk gescheiden is, O. aan Menaldumadeel, Z. O. aan Franekeradeel, Z. aan Wonseradeel, W. en N. W. aan de Wadden of den mond der Zuiderzee. Het is een lange streek gronds, ongeveer N. O. en Z. W. loopende, ter lengte van 3 1/2 u., maar slechts ter breedte van 1 u. Zij bevat 9 dorpen: Minnertsga, Firdgum, Tjummarum, Oosterbierum, Sexbierum, Pietersbierum, Wynaldum en Almenum, alsmede het gehucht Klooster-Lidlum, dat mede dorpsgeregtigheid heeft. De namen der dorpen Oosterbierum, Sexbierum en Pietersbierum zouden, naar men wil, vroeger Aesterbarra, Sixtibarra en Pieterbarra geweest, en van den uitgang dier namen, de naam Barradeel ontleend zijn. De Slagtedijk snijdt deze grietenij in twee delen, van welke het eene ten O. en het andere ten W. ligt. In het oostelijke gedeelte liggen de dorpen: Minnertsga, Firdgum, Tjummarum, Oosterbierum en het Klooster-Lidlum; in het westelijke: Sexbierum, Pietersbierum, Wynaldum en Almenum, met de stad Harlingen. Men telt in Barradeel 769 h., bewoond door ruim 4800 inw., die meest hun bestaan vinden in de landbouw en veeteelt, en gedeeltelijk ook in fabrijken arbeiden; zijnde er in deze grietenij: 1 kalkbranderij, 2 steenbakkerijen, 2 dakpan- en estrikfabrijken, 1 tras- en loodertsmolen, 1 plateelbakkerij, 7 houtzaagmolens, 1 touwslagerij, 1 linnenbleekerij, 1 oliemolen, 1 cichoreifabrijk en cichoreidroogerij en 2 pelmolens. De visscherij leverde vroeger mede eenen aanmerkelijken tak van bestaan voor vele ingezetenen van Tjummarum, Oosterbierum en Pietersbierum op; deze voordeelen zijn echter zeer verminderd, sedert Noordzeevisschers de kustharingvisscherij mede ter hand genomen hebben, hoewel zommige inwoners dier dorpen zich nog op de visscherij blijven toeleggen. De aardappelteelt heeft op verschillende tijden aan de bewoners dezer grietenij goede winsten opgeleverd, vooral bij duurte van de granen, zoo als in het jaar 1817, wanneer deze aardvrucht tot eenen buitengewoon hoogen prijs verkocht werd. De vlasteelt is hier sedert ruim twintig jaren mede ter hand genomen, en wordt met goed gevolg beoefend, onder anderen heeft het jaar 1834 voordeelige uitkomsten voor den vlasbouw opgeleverd. De Herv., die ruim 4600 in getal zijn, maken 6 gem. uit, zijnde die van Minnertsga, Tjummarum-en-Firdgum (Firdgum), Oosterbierum, Sexbierum, Pietersbierum en Wynaldum, die elk ééne kerk hebben, en door even zoo vele Predikanten bediend worden. De Doopsgez. tellen er 100 zielen en worden tot de gemeenten van Harlingen en Franeker gerekend. De R. K., van welke godsdienst er mede ruim 100 belijders gevonden worden, behoren tot de statie van Harlingen. Er zijn in deze grietenij 7 nieuwe scholen, met een gemiddeld getal van 550 leerlingen. het getal der bedeelden staat doorgaans tot de bevolking als 1 tot 10. Vroeger had men in Barradeel vele adellijke sloten, die thans bijna allen verdwenen zijn; als daar waren: Groot Hermana, Klein Hermana, Tjessinga, Andla, Groot Folta of Folopta, Farnia en Haitsma, te Minnertsga; Klein Folta, Camstra en Jelgersma, te Firdgum; Roordama, Sixta en Sytzama, te Tjummarum; Haarda, te Oosterbierum; Liauckema, Andelen, Eelsma, Hiddema en Latsma, te Sexbierum; Cronenburg en Hottinga, te Pietersbierum; Oldehuis, Nijehuis, Swingsma, Bolta en Tjitsma, te Wynaldum; en Gratinga, te Almenum. De voornaamste vaart in deze grietenij is het westelijke gedeelte van de Ried, welke verschillende zijtakken als zoovele dorpsvaarten afgeeft; terwijl de trekvaart van Leeuwarden op Harlingen, te Almenum, voor een klein gedeelte er doorloopt. In deze grietenij is eene zeesluis, alleen ter afstroming van het boezemwater dienende. Zij wordt genoemd Roptazijl, en ligt onder Pietersbierum. De voornaamste rijwegen zijn: de Zeedijk, van Dijkshoek, of de scheiding van het Bildt, door Harlingen, tot aan het begin van Wonseradeel, die tot eenen algemeenen rijweg dient, vooral in den winter, om uit Barradeel of uit Wonseradeel en het Bildt te Harlingen te komen, hetwelk anders zeer moeijelijk zijn zoude; voorts de Oude Zeedijk of Honnestreek, liever Hornestreek, die zich digt bij Harlingen met den algemeenen Zeedijk vereenigt, en met welken bijna alle andere wegen in deze grietenij gemeenschap hebben. Ook loopt er door de rij dorpen een weg, welke nog jaarlijks verlegd en verbeterd wordt, en vooral van de terpen van Sexbierum en Pietersbierum fraaije gezigten oplevert. Men treft in Barradeel onderscheidene terpen aan, waaronder er van eene aanmerkelijke hoogte gevonden worden, inzonderheid te Wynaldum, Pietersbierum, Sexbierum en Minnertsga. Er zijn mede eenige wierden, van welke echter, sedert de laatste dertig jaren, onderscheidene geslecht zijn. De landerijen in deze grietenij behooren, op zeer weinige na, nog alle aan personen elders wonende. Die, welke om en bij de dorpen liggen, zijn zeer geschikt voor den landbouw, alzoo men hier eenen zoogenaamden sabelachtigen kleigrond heeft. De zuidelijke landen liggen lager, worden veelal tot weiland gebruikt en zijn meestal van geringe hoedanigheid. In latere jaren heeft men, zoo als dit van tijd tot tijd nog plaats heeft, door bepoldering vele dezer landen aanmerkelijk verbeterd. De bepolderingen vooral ten O. van de Slagtedijk zijn noodiger geworden, en meestal daargesteld, sedert de lozing van het boezemwater naar zee, door de grietenij het Bildt, heeft opgehouden, worden de afwatering naar Harlingen en vooral naar Roptazijl door den Slagtedijk opgehouden. Vroeger had deze grietenij eene veel grootere uitgestrektheid dan tegenwoordig: want destijds behoorden daartoe ook de sedert eeuwen in zee bedolven dorpen Westerbierum en Dijkshorne. De indringende Noordzee verzwolg in vele stormen en hooge vloeden, die in de 13e en 14e eeuw plaats vonden, eene aanzienlijke hoeveelheid der lage landen, ten N. en N. W. van de kusten gelegen. In tijden zeeoorlog, waarin ons land meermalen gewikkeld was, moest Barradeel veelal den last des oorlogs, door inlegering van krijgsvolk, dragen, zooals, in de jaren 1781 en 1799 het geval was. Gedurende de overheersching der Franschen was Barradeel, even als andere aan de zee gelegen streken, meestal de verblijfplaats van Fransche tolbeambten. Vóór de invoering der Fransche wetten hier ten lande, hield het Grietenij-, na 1795 het Distriktsbestuur (tevens het geregt) van Barradeel, zijne zittingen in daartoe bestemde localen op het raadhuis der stad Harlingen. In 1811 werd deze grietenij verdeeld in de gemeenten (communes) van Minnertsga, Sexbierum en Almenum, de laatste met toevoeging van dorpen uit Franekeradeel. Bij, en eenige jaren na, de wederindeeling der provincie in grietenijën, hield het bestuur dezer grietenij, de zittingen weder in de grietenijlocalen op het gemelde raadhuis. Later zijn die zittingen verplaatst naar Minnertsga en aldaar gehouden tot in het jaar 1832 wanneer een huis te Sexbierum, tot een grietenijhuis in gebruik gesteld, en in 1837 daartoe meer geschikt gemaakt is. Dit huis, hoewel gelijk staande met goede burgerhuizen in de grietenij, is slechts van ééne verdieping, en heeft voor een publiek gebouw, zeer weinig uiterlijk aanzien. het wordt als merkwaardig opgegeven, omdat het gezegd wordt de woning van den Vice-Admiraal Tjerk Hiddes de Vries, te zijn geweest. Men meent echter dat deze te Harlingen heeft gewoond, en dat het dus meer waarschijnlijk is, dat het jongste kind des Admiraals, zijnde een zoon, die, daags na de tijding van het sneuvelen des vaders geboren, en van wege de Staten van Vriesland ter doop gehouden, daarbij, even als zijn vader genaamd is, en den 26 December 1785, te Sexbierum met Mejuffrouw Anna van Idsinga gehuwd was, gedurende zijn korten leeftijd in dit huis heeft gewoond. De steen met een daarop uitgehouwen oorlogschip, die in den gevel heeft gestaan, voert het jaartal 1685. Bij den watervloed van Februarij 1825 heeft de zeedijk in deze grietenij veel te lijden gehad: want beoosten en nevens Koehool, van daar tot Roptazijl, waaronder vijf inbraken, alwaar het paalwerk geheel en de dijk tot meer dan halverwege het rijspoor was weggeslagen. In deze grietenij hebben vroeger gebloeid de geslachten der Hermana’s, van hetwelk een de leden, met name Hessel Hermana, die in het jaar 876 overleden is, de vierde Potestaat van Friesland en eenige anderen Bevelhebbers bij de kruistogten zijn geweest; der Roorda’s of Roordama’s, vooral bekend door hunne twisten met de Abten van het klooster Lidlum, onder welke ook onderscheidene uit aanzienlijke geslachten, als van Liauckama, Roorda enz. geweest zijn; der van Adelen, afstammende van Adgillus II, Koning van Friesland, en in het laatst der 8e eeuw reeds bestaande; der Liauckama’s, der Hottinga’s, der Harliga’s, der Harns en vele andere, die reeds land uitgestorven zijn. Ook werden in deze grietenij geboren St. Frederik, de achtste Bisschop van Utrecht, die uit het geslacht der van Adelen afstamde, en de beroemde zeeheld Tjerk Hiddes de Vries, die, blijkens het doopboek van Sexbierum, op den 25 Augustus 1622 aldaar gedoopt is. Hij sneuvelde den 4 Augustus 1666, als Vice-Admiraal van het Friesche eskader. Het wapen van Barradeel bestaat in een schild, dwars doorsneden, met eenen dijk van paalwerk, op welken rustende in eene koornschoof van goud. Het bovenste gedeelte des schilds verbeeldende een hemelsblaauwe lucht en het benedenste gedeelte eene stille zee. Het schild gedekt met eenen gouden kroon.

No responses yet

Comments are closed.