Weblog over de geschiedenis van de familie van Egten en StruikPosts RSS Comments RSS

Print Print

Herenkapper Muusse, Groenesteeg 13

Via Rien kreeg ik een aantal scans van een verhaal van J. Muusse van de kapperszaak in de eerste Groenesteeg. Vorig jaar heeft hij zijn herinneringen aan de kapperszaak en de Groenesteeg aan iemand gedicteerd. Dit is weer op papier gezet en ik wil het verhaal hier graag publiceren. Het geeft namelijk een heel goede indruk hoe het leven in de 30 en 40-er jaren was. Het verhaal bestaat uit twee delen: - Herinneringen aan de kapsalon en zijn directe omgeving - De Groenesteeg uitgespit. Van elk nummer wat hij zich herinnerd heeft hij bewoners, winkel, bedrijf, etc. opgeschreven. Van dit verhaal maak ik weer een apart stuk. Kapsalon Muusse Als jongste zoon van de familie Muusse in de eerste Groenesteeg nummer 13 geef ik hier met een beschrijving van een dag zoals die soms voorkwam bij mijn ouders. Een gezin van ouders met drie kinderen. Ze hadden een herenkapsalon die werd gedreven door mijn vader met behulp van een inzeper om te scheren. Scheren was in die tijd, ongeveer 1935 een belangrijke inkomstenbron. Ze kwamen twee tot drie keer per week om zich te laten scheren . Dan werd op de ene stoel ingezeept en op de andere geschoren. De jongste bediende zeepte in en werkte na het scheren de klant af met aluin en wat water gespoten door een zg. plantenspuit. Klanten die het niet konden betalen kwamen een keer per week. Knippen van kinderen en ouderen was natuurlijk ook aan de orde. Als jongste zoon, in 1933 was geboren, moest ik inzepen. Op een verhoogde stoel een zg. Kinderkuipstoel zat je dan te wachten tot er een klant kwam. Openingstijden waren van 07.30 uur tot 17.30 uur. Dan werd voor de opening in het Elisabeth Ziekenhuis op de Hooigracht nog geschoren door mijn vader. Die schoor ook overleden mannen. In opdracht van een begrafenisondernemer Die openingstijden werden in de oorlog al wel anders. Maar zo gauw als je kon scheren werd je als jongste bediende uitgestuurd om de zieken klanten thuis te scheren. Zo ook in het Oudeliedenhuis aan de Herengracht en op de Hooigracht het Rusthuis. Het was ook handig dat de jongste zoon in het vak mee ging helpen. Het kniptarief was in 1958 ongeveer FL 0,85 cent (1x0,38). Er werd toen met knipkaarten gewerkt om grote gezinnen een goedkoper tarief te bieden. Mijn moeder was in actie om alle was van de kapsalon netjes wit te houden zoals kleine handdoekjes en kniplakens en de kappersjassen niet te vergeten. Die werden gesteven en gestreken of het een lieve lust was. Daarbij het huisgezin draaiende houden. Zo ging dat vroeger. Tijdens de 2e wereldoorlog was de Groenesteeg eensgezind. Men hielp elkaar als het kon en had belangstelling voor elkaar Wij hebben een korte periode een onderduiker in huis gehad. We hadden te weinig woonruimte om deze man onderdak te geven. Het was voor een korte periode tot dat een ander adres was gevonden. Mijn moeder had het niet meer want die man zat in de woonkamer achter de kapperszaak. Met distributiebonnen werd eten gekocht. De gaarkeuken was een afhaalpunt voor algemeen voedsel. Op scholen werd ook eten aangevoerd in de laatste winter van 1944. Een werknemer mijnheer Hoeps van de slagerij van Tieleman en Dros bracht wel eens een emmertje bouillon bij mijn ouders met wat vet erop. Want mijn vader was aan de zaak gebonden. Door wat rookartikelen extra te geven kregen wij weer wat extra eten. Bloembollen heb ik ook nog gegeten. Ook suikerbieten stond op het weekmenu. Maar dit laatste hebben we niet lang gegeten. Bij feesten als Koninginnedag was er een feestcommissie in de eerste Groenesteeg. Dan was de familie Burgerhout de trekker van de festiviteiten. Een ereboog en lampions verlichten de steeg. Dan werd een kleine wedstrijd gehouden met de 2e groensteeg. Die deed dan ook wat, maar ik kreeg de indruk dat de bewoners van de eerste Groenesteeg dachten dat zij altijd de mooiste versiering aangebracht hadden. De familide van Ulden op nummer 14 zorgde dan voor de feestmuziek. Een buurtfeest waarbij ook om de kinderen werd gedacht Nog wat herinneringen aan de directe omgeving van de kapsalon: De Herengracht was en is een statige gracht Een oudenliedenhuis waar manen en vrouwen werden verpleegd. Met alleen een gordijn tussen de bedden. De dames en heren wel gescheiden in afzonderlijke ruimte. De Oosterkerk nu afgebroken De Gereformeerde Kerk Nu nog in gebruik door de Vrijgemaakte Gereformeerde Kerk. De afgebrande katoenfabriek gaf na afbraak wat speelruimte voor kinderen. Nu is daar gevestigd het Arbeidsbureau en de woningen voor personen die begeleid wonen(Stichting Groenhoven). Op de Herengracht was een handwagen verhuur van de familie Meel. Later een fietsenstalling begonnen met familieleden op de Stationsweg De volgende straat die de Groenesteeg kruist is de Langestraat. Was en is een straat waar kleine woningen stonden aan de ene kant en aan de andere kant waren het uitloop tuinen van de Herengracht en enkele woningen. Achter de Oosterkerk waren geen tuinen maar weer woningen gebouwd. Een verenigingsgebouw was Geloof Hoop en Liefde. Daar waren enkel kleine zalen die je kon huren . Daar is een korte periode een kapperschool in geweest. Daar werd ‘s avonds les in gegeven. Dan kruisen de Oranjegracht en de Waardgracht nog de Groenesteeg. Langs deze grachten waren kleine woningen. Met een enkel middenstander. O.a. Bakkerij de Bruin en nog een kruidenier. Huizen met alleen in de gang een kraan waren daar nog. Als je daar kwam om een zieke te scheren moest je water tappen in de gang vlak achter de voordeur. J. Muusse, Apollolaan 214 2324 BW Leiden. Leiden, 7 februari 2007.

No responses yet

Comments are closed.