Weblog over de geschiedenis van de familie van Egten en StruikPosts RSS Comments RSS

Print Print

Claas Jilderts van Egten als leerling van J. W. Lustig; J. W. Lustig schrijft naar Mr. Jillert van Egten – eerste brief – 19 oktober 1747

PDF van de brief Vandaag publiceer ik de tweede brief van J. W. Lustig aan Jillert van Egten. Diete heeft de tekst geanalyseerd en gecorrigeerd. Ik gebruik haar versie. Chronologisch komt deze voor de vorige op deze web site gepubliceerde brief. Zo’n maand eerder. Belangrijkste nieuws in deze brief is dat Lustig duidelijk maakt dat er natuurlijk wel goed betaald moet worden voor zijn diensten. Zeker het ter beschikking stellen van origineel werk moet betaald worden met één of meerdere dukaten. Waarschijnlijk bedoeld hij de zilveren Dukaat van 2, 50 gulden. Daarnaast meld hij dat de zoon redelijk kan meekomen, maar erg enthousiast komt het niet over. Hij verzoekt ook aan Jillert om de zoon weer naar Ferwerd terug te laten keren, zodat hij in de winter met de kerkdienst kan meehelpen. Interessante details zijn een zinsnede over “droevige tijdingen” van een maand eerder: De droevige tijdingen van voorleden maand hebben hier zo algemeene groote consternatie, onder welmeenende, verwekt, als men nooit beleeft heeft. Mogelijk gaat dit ook over de Patriottische Twisten van 1747-1748 die Groningen in het bijzonder beroerden. Naast het reppen over betalen in geld heeft Lustig het ook over “Vriesche Kaazen”. Kennelijk een hint om ook die als betaling te gebruiken. Hieronder de transcriptie van de brief. Mocht iemand punten zien die verbeterd kunnen worden of verhelderd dan natuurlijk graag een reactie! Mijn Heer J. van Egten Organist en Schoolmeester te Ferwert Sans Couvert 19 October 21 dito ontvangen Mijn Heer en zeer geerde vriend UE ER …. Van den 28 Sept: is mij eerst den 12 Octob: ter hand gekomen, nademaal van den 3 to 13, affaires op ’t land gehad heb. UE ER: Zoon heeft onderwijlen een Psalm boek met een Bass(?), volgens mijn methode, uitgeschreeven, en studeert tegenwoordig orgelstukken met het pedaal. Daar beneven kan hij nu al aardig m* naar het ged*rukte boek uit allerhande toonen en volgens allerlei sleutels, voortkomen, en zal ook met der haast op een gestige (ik denk dat dit een schrijf fout van Lustig was en dat het deftige of gestage moest zijn, ik kan het wooord gestige niet herleiden of vinden) wijze varieeren. Dus geschied het nodigste eerst, en ’t geene over de winter tot de kerkdienst direct dienen kan. Ik ben ondertussen altoos wel te vreden, wanneer UE ER hem zal gelieven terug te ontbieden. Zulks zal alleenlijk van UE ER Directie afhangen. Met een woord, ik ben tot dus verre gansch wel met hem vergenoegt. Dit alleenlijk valt er te remarqueren, dat UE ER: mij voor de communicatie van die stukken, die hem van zonderlinge nut kunnen zijn, en die ik hem deshalven getrouwelijk overlaat te copieeren, een apart douceur van een paar Ducaten, of een Ducaat, in geld of anders volgens alle billikheid, behoorde te doen. Want daar ik mijn tijd maar schaars betaald krijge, zo kan ik niet wel verantwoorden, van stukken die waarlijk ongemeend zijn, voor niet zo maar weg te doen; ook niet, om hem enigszins te onthouden ’t geen tot zijn vorde*r*ing in voorraad heb. Ik laat zulks dan op UE ER discretie aankoome. Voorts was het onnodig geweest voor ’t einde van den bepaalden kosten en tijd mij geld te zenden: ik heb ondertussen de tien gulden die de zoon mij gebragt heeft aangenomen, voor clavier hui*ur Puistertreeder (**dit is een oud woord voor een orgeltrapper), papier mede gerekent, en zal er op zijn tijd rekening van doen. Het pedaal kan niet voor minder prijs bekoomen: zulks kan ook onmogelijk niet hoog aanlopen: als zijnde nu reedts tot den 21 october betaalt. Voor het Clavicordium neem immers niet met al. Dat eens naar boter gevraagt heb, is op verzoek van mijn huisvrouw geschied. De Vriesche Kaazen hebben hier insgelijks goede reputatie: derhalven fondeert men er wel eens na. ’t Zal hier in de aanstaande winter naar alle apparantie zeer duure tijd worden. Ik wensch dat het tot uwent beeter gaa. De droevige tijdingen van voorleden maand hebben hier zo algemeene groote consternatie, onder welmeenende, verwekt, als men nooit beleeft heeft. De tijd vermindert ondertuschen alleenstens de droefheid. Wij groeten gezamenlijk UE ER: benefens huisvrouw en familie, alle verzinnelijke welwezen hartelijk toewenschende verblijve met opregte agting. Mijn Heer en zeer geerde vriend, UE ER: dienstwilligste dienaar J. W. Lustig Groningen den 19 Octob. 1747

One response so far

One Response to “Claas Jilderts van Egten als leerling van J. W. Lustig; J. W. Lustig schrijft naar Mr. Jillert van Egten – eerste brief – 19 oktober 1747”

  1. Harry Pertonon Jul 6th 2008 at 19:05

    Met “de droevige tijdingen van voorleden maand”, die volgens Lustig “algemeene groote consternatie onder welmeenende [hebben] verwekt, als men nooit beleeft heeft”, bedoelde Lustig de gebeurtenissen in Groningen na de inname van Bergen op Zoom door de Fransen.
    Toen de val van Bergen op Zoom hier bekend werd, eind september 1747, sloeg orangistisch gepeupel aan het muiten en plunderen. Daarbij moesten huizen van katholieke mede-burgers het ontgelden, omdat sommige ‘papen’ volgens een gerucht hun genoegen zouden hebben uitgesproken over de Franse overwinning. Het stadsbestuur van Groningen liet de burgerwacht opdraven, die met scherp schoot. Daarbij zijn er verscheidene gewonden gevallen.