Weblog over de geschiedenis van de familie van Egten en StruikPosts RSS Comments RSS

Print Print

Claas Jilderts van Egten als leerling van J. W. Lustig; J. W. Lustig schrijft naar Mr. Jillert van Egten – tweede brief – 22 november 1747

Uit het familie achief van Egten 318-14 blijkt dat de jonge Claas Jilderts op 16 jarige leeftijd een opleiding volgt tot musicus. Hij krijg les van Jacob Wilhelm Lustig, organist van de Martinikerk te Groningen. Mijn nicht Diete heeft de transcriptie en interpretatie van de correspondentie gedaan. Hieronder haar verslag: Ik heb niet de indruk dat Lustig in Claes van Egten een talentvol organist herkent. Hij vertelt dit erg omslachtig. Kennelijk is er vanuit de relatie met Jildert een afspraak gemaakt waar hij spijt van heeft. Het zou kunnen dat de lessen te goedkoop gegeven worden. Misschien dat Lustig indirect vraagt om een hogere beloning. Mogelijk dat daarom alle rekeningen bijgevoegd zijn. Het zou ook kunnen dat Lustig en Jillert studiegenoten zijn en vanuit die relatie hij Claes als leerling aangenomen heeft. lustig was in die tijd al een beroemdheid. Er is veel over hem bekend. Mogelijk kom je er zo achter waar Jillert gestudeerd heeft. Ik zal ook eens neuzen. Hier de vertaling van de brief van de leermeester van Claes, de componist J.W. Lustig aan de vader van Claes van Egten: Mijnheer en zeer goede vriend, We hebben het voor acht dagen geleden gezonden aangename present wel ontvangen, bedankende voor de blijken van genegenheid en goede aandenken: insgelijks voor het vertrouwen dat uwe mr. omtrent de leiding van uw zoons muzikale vordering in mij gesteld heeft. Ik heb mij van mijn plicht met grote vlijt gekweten en de zoon heeft er wel aan beantwoord. Daar onze tijd kort en de kunst zeer wijdlopig, zo heb het eerst op het nodigste aangelegd. (hij bedoeld hier w.s. dat hij met de basisvaardigheden is begonnen) Gelijk billijk, te weten op het psalmspeel op het kerkboek, op het varieren. Te dien einde heb hem zodanig een stuk bezorgd, dat hij er over winter beide handen en voeten mede bezighouden kan en door vlijtig nadenken en oefening daar op steunende, braaf vorderen kan. Ook heb ik enige preluden met het pedaal en een fuge (ge)communiceert. En twee tractaatjes* mede gegeven, die haast (snel??) wederom verwacht, en die bij aldien hij recht denken leert, van grote nuttigheid kunnen wezen. Welverstaande dat ik geenzins het regt van zulke dingen ooit iemand mede te delen, tenzij in het vervolg bij''t onderwijzen, overgeve, maar alleenlijk aan den zoon voor zijn privat gebruik mededeel, het geen hem zeer dienstig wezen kan: want hij met zulke dingen liberaal omtrent anderen zijnde, zouden zich en mij grotelijks benadelen.** (* een tractaat is in dit geval geen verdrag, maar een betogend boekje, waarschijnlijk een handschrift van Lustig zelf) Uwer mag wel geloven dat de moeite die ik in de korte tijd aan hem gespendeerd heb, een ander noch kunnen en willen besteden. De prijs aangaande daarvan wil niet liefst het woord hebben, want ik begeef zekerlijk mij met anderen van zulk een bekwaamheid, diergelijk akkoord nooit weder in te laten. (Ik zie dit stukje als het vervolg van het vorige. Hij geeft feitelijk aan dat de moeite die hij voor zoon Claes gedaan heeft door een ander nooit opgebracht zou zijn, de prijs zou te hoog zijn, hij heeft er feitelijk spijt van en zou de afspraak die gemaakt is met vader Jillert nooit meer maken.) Men moet als men zulke jongelingen getrouwelijk behandelen, en in korten tijd verre brengen wil, hun vele dingen communiceren, daar men gansch niet gemakkelijk aangekomen is. Als 't geen ze afgeschreven hebben (afgemaakt, geschreven, op papier gezet), dient een precies onderwijzer na te zien. En dit alleen buiten de ordinarius (normale) uren geschiedende, vereist veel tijd; gelijk ik er nog gisteren over een halve nacht bij uwer zoon geschriften gepasseerd (doorgebracht) heb. 'K heb er dan niet te veel aan gehad; echter indien u na gedaan onderzoek gansch welvoldaan is met hetgeen ik dusverre aan hem gedaan heb, zo ben ik ook tevrede en zal hij dan in't voorjaar weder opkome, hij zal mij aangenaam wezen hem verder dienst te doen. In de generaal vals (in het algemeen) is hij nog niet ver, echter ik zie wel kans hem daarin te doen deftig profiteren. Dan moet hij na galante handstukken en concerten te hebben aangeleerd tot de compositie en fantasie geleid worden. Zelfs indien hij een braaf stadsorganist zou worden: ook wat van de muzikale theorie leren, want buiten deze dingen kan er niets regts van worden. (goeds van komen) en weinigen zullen hem in dezen naar behoren aan te leiden in staat wezen. Uwe mr. zal hem nu zekerlijk altemets (van af nu) een uur op het orgel laten oefenen, dat zet beter voort als op het clavercordium. Onderwijlen wens ik jullie (wensche) goed avancement, en uwe mr. en gezamentlijke familie continuatie van alle verzinnelijkte genoegtens. Verblijve onder groetenis en dankzegging van mijn huisvrou, met opregte agting, Uw dienstwillige dienaar J. W. Lustig Groningen de 22 november 1747. PDF van brief van J. W. Lustig uit Groningen aan Mr. J.C van Egten (22 nov 1747) De wikipedia over J. W. Lustig: Lustig was de zoon van de Hamburgse organist Jacob Wilhelm Lustig. Reeds op jeugdige leeftijd kreeg hij orgelles van zijn vader en werd later organist van de Hollandse gemeente in Hamburg. Omdat zijn vader ziek werd, moest hij bij iemand anders in leer. Op 11-jarige leeftijd werd Lustig leerling van Telemann, Mattheson en Kuntzen. Na een eerdere vergeefse sollicitatiepoging werd hij in 1728 alsnog benoemd tot organist van de Martinikerk te Groningen. Hier bespeelde hij het in 1692 door Arp Schnitger uitgebreide kerkorgel. Naast organist - waarin hij voornamelijk opereerde als improvisator - was Lustig componist. Enkele van door hem gecomponeerde sonates verschenen in druk. Daarnaast is hij de auteur van diverse werken op het gebied van muziektheorie en muziekesthetiek. Als kenner van orgels adviseerde Lustig bij de bouw van orgels in onder meer Vlissingen, Rotterdam, Roden en Kampen. Lustig zag zichzelf voornamelijk als kerkorganist. Hij verbeterde de kerkzang in Groningen door het gebruik van uitgekiende en nieuwe orgelregisters en een betere ondersteunende begeleiding. In 1999 werd in Aurich in de Duitse regio Ost-Friesland een exemplaar van zijn tot dan toe verloren gewaande verzameling van 24 Capricetten ontdekt. Deze klavierwerken (voor klavecimbel of fortepiano) zijn in 2008 voor het eerst in druk verschenen onder redactie van de musicoloog dr. Rudolph Rasch (Universiteit Utrecht). Lustig heeft met veel in hun tijd reeds als beroemd te boek staande collega-musici in persoonlijk contact gestaan: in 1772 met Charles Burney die in dat jaar Groningen bezocht. En in 1789 ontmoette hij de orgelvirtuoos Abbé Georg Joseph Vogler. Het is onduidelijk of Lustig in 1767 contact[1] heeft gehad met Carl Philipp Emanuel Bach, de tweede zoon van J.S.Bach, die op 8 januari van dat jaar een openbaar huisconcert gaf in de stad Groningen (het eerste geregistreerde bezoek van een zoon van J.S.Bach aan Nederland, optredens van Johann Christoph Friedrich ('Bückeburger Bach') en Johann Christian Bach (de 'Londense' of 'Engelse' Bach') later in Amsterdam zouden nog volgen). Of dit contact ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden is echter niet gebleken: het is uiterst wonderlijk dat Lustig, die zichzelf zo graag voor het voetlicht bracht, op geen enkele wijze melding maakt van het concert en van zijn ontmoeting met deze Bachtelg.[1] Lustig was mede-oplosser van een ingenieuze raadselkanon van J.S.Bach (BWV 1074, uit 1727, gemaakt voor Ludwig Friedrich Hudemann) waarover zijn oud-leraar Mattheson uit Hamburg uitgebreid melding maakt in zijn muziektractaat 'Der Vollkommene Kapellmeister' (1739). Jacon Wilhelm Lustig overleed in 1796 op 90-jarige leeftijd te Groningen. Hij werd onder het grote orgel van de Martinikerk begraven. De stenen grafzerk bevindt zich hier nog steeds. Het oordeel over de componist Lustig is ambivalent, sommigen zien hem als een weinig originele musicus, anderen zien hem als een pionier op zijn vakgebied. De Groningse musicologe en organiste Drs. Elly Kooiman hoopt over enkele jaren te promoveren op Lustig

One response so far

One Response to “Claas Jilderts van Egten als leerling van J. W. Lustig; J. W. Lustig schrijft naar Mr. Jillert van Egten – tweede brief – 22 november 1747”

  1. Harry Pertonon Jul 6th 2008 at 18:31

    Even mijn belangrijkste opmerking: een tractaat is in dit geval geen verdrag, maar een betogend boekje, waarschijnlijk een handschrift van Lustig zelf. De bedoeling is dat de leerling dit afschrijft (copieert), maar verder niet uit handen geeft (aan anderen meedeelt), bijvoorbeeld aan een drukker.

    Bij het Wikipedia-stukje: Van het Bach-concert, hier onlangs in het nieuws, vond ik jaren geleden zelf de aankondiging in de Groninger Courant, zoals die gebruikt is in het boek van Westra over het Concerthuis. Inderdaad is er *vooralsnog) alleen die aankondiging, maar reken er maar op dat het concert plaatsvond. Dat we geen getuigenis van Lustig hebben is niet zo vreemd. Lang niet alle brieven etc. van de man zijn bewaard, of opgespoord. Dat hij het concert meemaakte en Bach jr. bij die gelegenheid ontmoette lijkt wel zeker. Lustig was een centrale figuur in het Groninger muziekleven, ook buiten Groningen redelijk bekend, en behoorde tot een netwerk van Duitse musici. Zo bezat hij getuige een boedelinventaris van omstreeks 1750 ook een manuscript van Händl.