Weblog over de geschiedenis van de familie van Egten en StruikPosts RSS Comments RSS

Print Print

Claas Jilderts schrijft vanuit Groningen naar zijn ouders (mei 1748)

Eén van de meest interesante stukken in het dossier 318-14 van de familie van Egten is een brief die de jonge Claas Jilderts naar zijn ouders stuurt op 23 mei 1748. Hij is zich onder de hoede van de bekende musicus J. W. Lustig aan het bewamen in de muziek. Mijn nicht Diete is erg goed in het lezen van dit soort stukken, vandaar dat ik haar verslag hierbij overneem: "Ik heb de brief van Claas ook vertaald, er is ook enige uitleg bij gegeven, met name onder aan de brief, af en toe tussen door. Claas zat in een interessante tijd in Groningen. Het verhaal over de burgemeester die hij Geertsma (het is Geertsema) noemt, kan ik nu plaatsen. Er werd erg over hem geroddeld, zijn huis is bestormd geweest tijdens een oproer die in mei 1748 plaatsvond!!" De vertaling van de brief van zoon aan vader van Egten: Waarde vader en moeder, Ik ben door des heeren segen nog in goede gezondheid. Ik heb uw laatste (brief) met 15 Carolus guldens in dezelfde staat (dus ook een goede gezondheid) ontvangen, hopende dat u deze (brief) ook in goede gezondheid zal ontvangen. Als het geld op is zal ik u verantwoording (rekeninge doen) afleggen. (Sende u) Ik stuur u vijf hemden, twee paar moukes* (oude dracht, losse mouwen, ook Fries) en twee dassen. Volgens de gemene spraak (men zegt dat) burgemeester Geertsema het kussen heeft omgekeerd, de reden waarom (omdat) zijn zoon Lodewijk Mensens had verweten dat hij al had hij duizendmaal het veendel (vaandel) over het hoofd gehad, dat hij nog aan de gijselpaal geweest had. Deze nevengaande artikels zijn de heren van de borgers (burgers) (hij spreekt hier over de burgemeester en de raad van de stad) met geweld afgedwongen. Het prijs is een stuiver (st:) (hij heeft kennelijk pamfletten die verspreid zijn bij zijn brief gevoegd, prins willem de 5e is in maart 1748 geboren, er is toen een oproer in de stad Groningen ontstaan, dit is in mei 1748 geweest, de burgemeester moest het zwaar ontgelden, hij was niet koningsgezind, het volk wilde dat dat willen de vierde stadhouder werd en aan de misstanden een einde maakte, de "krant" kostte hem een stuiver, ook hierover legt hij rekeninghe af!) We hebben van de week goed toe de broek gekocht (flink wat uitgegeven), waarvan een snippeltje (w.s bonnetje) hier nevens ga...(zit een witte vlek), de prijs is 44 stuivers, wij hadden wel eerder gekocht, maar mijn slaapbaas (gaat veel verder dan hospita, deed bewassing, ging over de financiën, een soort oppasser van een gegoede burgerzoon) heeft lang omgesukkeld. (waarschijnlijk bedoeld hij dat het lang duurde voordat hij rekenighe aflegde van alle gekochte zaken) Ben en blijf over de verwachting van des heeren zegen, Uw dienaar en zoon C.J. van Egten p.s gelief een deventer koek te sturen, want mijn slaapbaas en vrouw en ik die liever lusten dan deze koek. 2e p.s. aan de zijkant van de brief: Hebben een overhemd, drie stropdassen en een zilveren gesp in de stropdas gekocht, zodat de beurs van mij bijna leeg is. Deze Claas Jildert van Egten is geboren in 1731 op 2 november, hij was dus in mei 1748 nog maar 16 jaar, en woonde en studeerde helemaal in Groningen, dat was toen een hele afstand. Politieke onvrede speelde terdege mee in de woelingen van 1748. Het Oldambt werd vanuit de stad Groningen bestuurd. Burgemeesters en Raad van deze stad hadden er de macht. Hun vertegenwoordiger was de drost, die op de Drostenborg in Zuidbroek woonde. In Stad zelf was Johan Geertsema de grote man. Een echte regent. Hij wilde dat een kleine kring van vaak aan elkaar verwante families de touwtjes in handen hield. De Oldambtsters daarentegen waren trouwe aanhangers van Oranje en moesten niets van de 'heren uit de stad' hebben. Bron: http://www.veenkoloniaalmuseum.nl/oldambt.html Precies in het jaar dat de zoon van Jildert Claasen van Egten deze brief schreef, barstte de bom en werd de woning van burgemeester Geertsema waar hij in zijn brief al denigrerend over spreek geplunderd door plattelanders. Zie onderstaande tekst uit het Groninger Archief In Groningen kwam het tot gewelddadigheden toen het volk vond dat het stadsbestuur wat al te lauw reageerde op de geboorte van een nieuw prinsenkind. Oproerkraaiers plunderden het huis van burgemeester Geertsema in de Oosterstraat. Ook in Appingedam kwam het tot een rellen waarbij zelfs werd geschoten. In 1748 trokken plattelanders, gewapend met stokken en knotsen, via de Ebbingepoort de stad Groningen binnen om de heren op het provinciehuis onder druk te zetten. Ze eisten dat de prins van Oranje de gelegenheid moest krijgen om aan alle misbruiken een einde te maken. Het gevolg van dit alles was dat stadhouder Willem IV in 1749 een nieuwe regeling voor het bestuur van het gewest kon laten aannemen. De stadhouder werd zelf de belangrijkste figuur. Zonder zijn goedkeuring zou niemand meer een belangrijke functie kunnen krijgen. Van groot belang was ook dat er maatregelen werden genomen om de rechtspraak wat minder afhankelijk te maken van de machthebbers. Bron: http://www.groningerarchieven.nl/content.php?hoofd_id=3&sub_id=36&subsub_id=91

2 responses so far

2 Responses to “Claas Jilderts schrijft vanuit Groningen naar zijn ouders (mei 1748)”

  1. Harry Pertonon Jun 24th 2008 at 17:34

    Een paar kleine correcties en een aanvulling:
    – Het stadsbestuur van Groningen bestond uit Burgemeesteren (meervoud) en Raad.
    – Koningsgezind = Prinsgezind in die tijd. Willem IV was ook niet de vierde stadhouder van Stad en Lande maar de zesde of zevende.
    – Burgemeester Geertsema kreeg een proces aan de broek. In 1753 werd hij van alle aanklachten vrijgesproken. Ik heb de processtukken gezien, die aanklachten stelden helemaal niets voor. Er werd gewoon een stok gezocht om de hond te slaan.

    Voor meer informatie over het Oranje-oproer in Midwolda, Scheemda en omgeving zie mijn boekje ‘Het loeit in het Oldambt’.

    Vriendelijke groet,
    Harry Perton