Weblog over de geschiedenis van de familie van Egten en StruikPosts RSS Comments RSS

Archive for the 'Douwe Doekes' Category

Print Print

Gedachten bij de vonnissen van Douwe Doekes van Echten

 gevangenis-leeuwarden Nu ik de drie complete vonnissen gepubliceerd heb is het tijd om ze even wat nader te belichten en mijn gedachtes erover op papier te zetten. Allereerst blijft bij mij de gedachte staan dat deze Douwe van Echten een tragisch leven heeft gehad. Bijna 15 jaar gevangenisstraf en op zijn 43 ste enkele maanden nadat hij vrij kwam overleden. In de tussentijd overleden zijn enige dochter en zijn vrouw. Daarnaast is er ook verbazing. Waarom vergooide hij zijn leven door deze diefstallen keer op keer te plegen? Waarom is hij zo’n hardnekkige recidivist? Slechts een dag nadat hij in 1865 tot een jaar gevangenisstraf was veroordeeld stal hij een kookkachel. Twee weken later een vensterluik en wat stof of kleding. Dit koste hem 5 jaar. Hij kon er toch op rekenen dat hij in de gaten zou worden gehouden. Waarom dan toch dat risico? Ik denk niet dat ik dit ooit te weten zal komen, maar ik zal blijven speuren naar aanwijzingen. Ook nadat hij in 1871 weer samen met zijn gezin is gaat het mis. Hij kan nog maar net vrij zijn als hij wat kleding steelt. Dit kost hem direct weer twee jaar. Als hij dan weer vrij komt is zijn vrouw inmiddels overleden en gaat hij naar Amsterdam. Daar is hij waarschijnlijk korte tijd bakkersknecht, maar ook daar gaat het na ongeveer twee jaar mis. Ik za het archief van het Amsterdamse gerechtshof bij het Noord Hollands archief gaan bekijken om te weten te komen wat precies. In het document “geheim register ontslagen gevangenen”staat dat het gaat om diefstal in een dienstbetrekking, dus tijdens zijn werk. Dit komt hem nog eens op 6 jaar en 8 maanden te staan. Enkele maanden daarna overlijdt hij in het Binnengasthuis te Amsterdam. Nog wat opmerkelijke zaken uit de vonnissen: - Douwe wordt betrapt door iemand die hij bestolen heeft. Het gaat om Pieter Hania, brugwachter te Leeuwarden. Hij ziet hem staan aan de weg bij de Vrouwenpoortsbrug. Dat is de brug in Leeuwarden vlak bij de Oldenhove. Douwe heeft een tafel getimmerd van zijn vensterluik en staat snoep te verkopen. - De kleding of stoffen die hij later uit een vrachtwagen op de Langepijp te Leeuwarden steelt is bedoeld of afkomstig voor Jan Pieter Haarsma uit Sint Anna Parochie. Een gedeelte daarvan heeft Douwe naar de bank van lening in Franeker gebracht waar hij gebruik maakte van een valse naam, Jan Sijbrens Brandsma. - In 1865 wordt hij door dezelfde rechters (en raden) veroordeeld: W. W. Buma, baron D. J. A. Harinxma thoe Slooten, G. Hiddema Jongsma en Tromp. Natuurlijk was dat een factor waardoor zijn straf zwaar uitviel. Ze hadden hem immers net enkele maanden eerder tot een jaar veroordeeld en was hij daarna gewoon doorgegaan. - Douwe heeft voor zijn tweede rechtszaak waarschijnlijk in Veenhuizen in voorarrest gezeten. Dit blijkt uit het materiaal van het bevolkingsregister. - Douwe woonde waarschijnlijk al begin 1865 in Leeuwarden. In het eerste vonnis staat dat hij op 12 mei begonnen was om bij de timmerman Pier Geerts Jansma in te breken. Uit de gegevens van het bevolkingsregister van Minnertsga bleek dat hij samen met zijn vrouw en zoon Doeke op 24 mei 1864 naar Groningen zijn vertrokken. Hopelijk dat in het Groninger bevolkingsregister nog informatie over Douwe te vinden is. - Luguber detail is ook dat in het eerste vonnis staat dat op sommige gevallen van diefstal de doodstraf stond. Dit kon zo zijn als er verzwarende omstandigheden waren. Bij Douwe wordt uitdrukkelijk gezegd dat het daar in dit geval niet om gaat. “Gelet op de geringheid des nadeels door het misdrijf toegebragt”, staat in het vonnis. Mocht ik nog meer zaken willen belichten dan zal ik dit artikel aanvullen.

13 responses so far

Print Print

Arrest tegen Douwe D. van Echten den 19 september 1865 no 2155 van de Rol

In naam des Konings! Het provinciaal geregtshof van Friesland gezien deszelfts arrest van den 14 augustus 1865 waarbij Douwe Doekes van Echten, oud 25 jaren, arbeider, geboren te Sexbierum wonende te Leeuwarden is verwezen naar de openbare teregtzitting van dit hof, om door hetzelfde te worden teregtgesteld. Gezien de acte van beschuldiging, dientengevolge door den Procureur Generaal opgemaakt houdende dat hij wordt beschuldigd van "diefstal gepleegd op eene bewoonde plaats door middel van overklimming" Gehoord de mondelinge verklaring van den getuige door den procureur generaal, daartoe strekkende, ten einde de beschuldigde zal worden schuldig verklaard aan de hierboven omschreven misdaad en te dierzake op grond van art 384 en 381 no 4 van het wetboek van strafregt en art 2 en 9 den wet van 29 juni 1854 (Staatsblad no 102) veroordeeld tot eene correctionele gevangenisstraf van zes maanden minstens en in de kosten van het regtsgeding invorderbaar bij lijfsdwang. gelet op de verdediging door en van wege (..) den beschuldigde daartegen ingebragt. Overwegende dat de beschuldigde ter tergtzitting heeft bekend, dat hij tusschen 12 mei en 3 july 1865 uit de werkplaats van Pier Geerts Jansma, timmerman te Leeuwarden, uitmakende de aanhorigheid van de door hem bewoonde huizinge, op onderscheidene tijden heeft ontvreemd een ruigschaaf, een boortje, een moker, een nijptang, een winkelhaak, een els, een voegpasscher, een schrobzaag, een drift van een boor, een gelei van een tekenhaak, een centenboor, vijf kleine plankjes en een beitel, benevens zes stukken hout, dat alle dezer voorwerpen door Jansma en de politie in zijne woning zijn bevonden en als overtuigingsstukken ter teregtzitting aanwezig door hem worden herkend, dat hij eenmaal eenige dezer gereedschappen heeft weggenomen door te klimmen van buiten, uit de plantagie door het venster (waarvan de ruiten gebroken waren) naar binnen in de gesloten werkplaats, dat hij eene andere maal een stuk hout uit die werkplaats heeft weggenomen door uit een gemeenschappelijk en aan openlucht uitkomend locaal waarin hij zich bevond zijn arm door een venstertje naar binnen in de werkplaats, die van gemeld locaal was te steken; dat hij op den 2 july uit die werkplaats twee stukken hout heeft weggenomen, door zijn arm te steken vanuit gemeld locaal over de lattendeur die ter afscheiding der werplaats diende en dat hij eindelijk al het overige heeft genomen door eene openstaande deur van diezelfde werkplaats binnen te gaan. Overwegende dat deze bekentenis is bevestigd door de ten regtzitting onder ede afgelegde getuigenis van gemelde Jansma, die verklaarde uit voormelde werkplaats sedert 12 mei tot 2 juli 1865 gereedschappen en hout te hebben vermist. Op den 1 july een stuk hout daarvan te hebben bevonden gespijkerd aan eene den beschuldigde toebehoorende schraag en de overige vermiste voorwerpen ter tergtzitting aanwezig en door hem herkend, op den 3 den juli in het bijwezen der politie te hebben bevonden in de woning der beschuldigde.   Overwegende dat de bekentenis van den beschuldigde is vergezeld van eene bepaalde en nauwkeurige opgave van omstandigheden, die ook uit de verklaringen van den gehoorden getuigen tegen wien het misdrijf is gepleegd, bekend zijn en daarmede overeenstemmen. Overwegende dat het hof alzoo door wettige bewijsmiddelen de overtuiging heeft bekomen dat het feit zoodanig het in de acte van beschuldiging is vermeld, werkelijk heeft plaats gehad daarbij overeenkomstig de wet is gequalificeerd en door den beschuldigden is bedreven. Beslist dat wettig en overtuigend is bewezen, dat de beschuldigde heeft gepleegd diefstal van timmermansgereedschappen en stukken hout op onderscheiden tijden tussen den 12 mei en 3 juli 1865 in de werkplaats van Pier Geerts Jansma, timmerman te Leeuwarden, uitmakende de aanhoorigheid van diens bewoonde huizinge, gedeeltelijk gepleegd door van buiten door een venster daar binnen te klimmen en alzoo door middel van inklimming. Overwegende dat dit feit met straf wordt bedreigd bij artikelen 384 en 381 no 4 van het wetboek van strafregt en artikel 2 den wet van 29 juni 1854 (Stbl no 102) Verklaart den beschuldigde schuldig aan diefstal gepleegd op eene bewoonde plaats door middel van inklimming. Verklaart van toepassing gemelde wetsartikelen, luidende: art 384 met dwangarbeid voor eenen tijd zal gestraft worden al wie schuldig is aan dieverijen, gepleegd met behulp van eenige middelen bij het vierde nummer van artikel 381 vermeld, enz art. 381 Met de doodstraf zullen gestraft worden degenen die zich schuldig gemaakt hebben aan eenen diefstal waarbij de vijf volgende verzwarende omstandigheden plaats hebben:- Dat zij de misdaad begaan hebben, hetzij met behulp van inbreken van buiten, of van inklimming of van valsche sleutels, in een huis, apartement, kamer woonplaats die bewoond worden of die tot bewoning dienen of in derzelfden aanhoorigheid, enz Art 2 'De straffen enz. wet van 29 juni 1854 (Stbl no 102) de eeuwigdurende, enz. de tijdelijke door eene tuchthuisstraf van minstens vijf en hoogstens vijftien jaren. Gelet echter op de geringheid des nadeels door het misdrijf toegebragt, alsmede op de omstandigheden van dien. Verklaart van toepassing artikelen 9 en 7 laatstgemelde met en artikelen 2 en 3 der wet van 28 juni 1851 (Stbl no 68), luidende: Art. 9 Wanneer de beschuldigde hetzij wegens enz.- de geringheid enz. des nadeels door de daad toegebragt, of andere verzachtende omstandigheden eene aanmerkelijke vermindering van straf mogt verdienen, kunnen enz. de tuchthuissttraf van vijf tot vijftien jaren door eene correctionele gevangenis van zes maanden minstens ene worden vervangen. Deze correctionele gevangenisstraffen kunnen door de toepassing van art. 2 der wetten 1851 Stbl no 68 en art 7 dezen wet niet lager dan tot den helft afdalen. art 7 De bepaling van art 2 der wet van 28 juni 1854 Stbl no 68 wordt uitgestrekt toto de gevallen waarin de regter de gevangenisstraf voor twee jaren of minder zoude hebben uitgesproken. art 2 De eenzame opsluiting kan slechts worden opgelegd in de gevallen waarin de regter de gevangenisstraf uit kracht den betrokkene strafwet voor één jaar of minder hebben uitgesproken en in geen geval voor langer dan de helft van den tijd dien gevangenisstraf art 3 De eenzame opsluiting wordt door den regter alleen bevolen wanneer hij in de omstandighedendes misdrijfs of de geaardheid van den schuldige verklaarde daartoe bijzondere aanleiding vindt. Voorts gezien art 207 van het wetboek van strafvordering en art 52 van dat van Strafregt. Condemneert den schuldig verklaarde Douwe Doekes van Echten tot eene correctionele gevangenisstraf gedurende de tijd van één jaar te ondergaan in eenzame opsluiting Condemneert denzelve in de kosten van het regtsgeding ten behoeve van den staat, invorderbaar bij lijfsdwang. Gelast dat de stukken, die tot overtuiging hebben gediend, zullen worden teruggegeven aan de eigenaren of regthebbenden. Aldus gedaan en gewezen te Leeuwarden bij de Heeren Mr. Buma, president van, baron van Harinxma thoe Slooten, Hiddema Jongsma en Tromp Raden in de Hove, en uitgesproken door den President ter tergetzitting met opene deuren dezen negentiende September eenduizendachthonderdvijfenzestig, in tegenwoordigheid van gemelden Heeren en van den Heer Procureur Generaal, en door den President en Raden, benevens den Substituut Griffier ondertekend W.W Buma ..Harinxma Thoe Slooten Hiddema Jongsma S. W Tromp Overbeek s. gr.

2 responses so far

Print Print

Van Pingjum tot Amsterdam, de omzwervingen van Douwe Doekes, Tiebegien en Doeke.

bevolkingsregister-arrest 005 (Large)

De afgelopen tijd heb ik twee soorten bronnen bestudeerd die veel vertellen over het leven en de omzwervingen van Douwe Doekes van Echten, Tiebegien Wagenaar. Ook zien we daarin gegevens over de jeugd van mijn overgrootvader Doeke van Egten. De bronnen zijn afkomstig uit het bevolkingsregister van de volgende plaatsen: Sexbierum, Minnertsga en Leeuwarden, Daarnaast beschik ik over drie vonnissen van Douwe van de rechtbanken in Leeuwarden. Het gaat om vonnissen van: 19 september 1865 28 november 1865 28 oktober 1871 Sexbierum Fiche 6 huis 2k Allereerst zien we Douwe op fiche 6 uit Sexbierum. Hij kwam op 4 april 1863 wonen in het ouderlijk huis van Doeke Klases van Egten en zijn vrouw Ybeltje Rins Rinsma. Daarvoor woonde hij in Pingjum. Dat staat ook te lezen in de huwelijksbijlagen. Op 7 mei trouwt hij met de nog net minderjarige Tiebegien Wagenaar In dat huis (2k) woonde de volgende familieleden: Doeke Klases van Egten ( 2 september 1809) Ybeltje Rins Rinsma (26 november 1820) Antje Doekes van Egten (31 maart 1845) Paulus Doekes van Egten (13 september 1846) Klaas Doekes van Egten (7 juli 1851) Grietje Doekes Dobma (28 october 1789 Hallum) Opvallend detail is dat de weduwe van Klaas Martens van Echten dus ook bij hun inwoont. Ook zie ik daar haar geboorte datum bij staan, 28 oktober 1789. Ze overlijdt op 17 mei 1863 tien dagen na het huwelijk van Douwe en Tiebegien,Bij de datum dat de familie daar kwam wonen staat 17 juli 1862, maar dat kan natuurlijk ook de datum van inschrijving in het bevolkingsregister zijn. Immers pas vanaf ongeveer 1850 werd dit systeem ingevoerd. Op een aansluitende kaart uit Minnertsga zien we dat Douwe in mei 1863 in Minnertsga kwam wonen, waarschijnlijk direct na zijn huwelijk. Broer Paulus woont ook in dit huis. Later zal die ook getuige zijn bij het tweede huwelijk van Douwe. Paulus wordt ook zeer oud, 93 en leeft tot 1940. Paulus Doekes verhuist op 6 maart 1867 naar Het Bildt / Sint Jacobiparochie, enkele kilometers noordelijk van Minnertsga. Antje Doekes verhuist op 12 mei 1867 ook naar Sint Jacobiparochie. Klaas Doekes verhuis op 4 oktober 1866 naar Sint Jacobiparochie. In de Leeuwarder courant lees ik ook dat de weduwe van Doeke Klases het huis en de bakkerij probeert te verkopen. Dit gaat niet erg hard. En op 22 september wordt het weer aangeboden om op 12 november in andere handen over te gaan. Op 8 november wordt er ook een “boelgoed” gehouden waar meubelen, een klok, schilderijen en huisraad verkocht wordt. boelgoed3 (Custom)   Minnertsga fiche 68 Douwe en Tiebegien komen in respectievelijk mei 1863 en 24 april 1863 hier wonen. Zoon Doeke wordt daar ook geboren op 4 april 1864. Op dit adres zien we ook twee andere Wagenaar’s Pieter Klases Wagenaar, schipper geboren 26 nov(…) 1841 en zoon Andries Pieter Wagenaar geboren 20 oktober 1867. Mogelijk dat zij het huis hebben overgenomen na vertrek van de familie van Egten. Op 24 mei 1864 vertrekt de familie naar Groningen Sexbierum fiche 9 Daar zien we dat de oudste broer van Douwe, Cornelis Doekes ook in Sexbierum woont. Ook zijn zoon Doeke Cornelis staat op de kaart. Deze Doeke is ook niet op het rechte pad gebleven, blijkens een stukje in een politie dossier: http://struik.vanegten.com/?p=23   Minnertsga Fiche 25 In Minnertsga woonde ook later deze Cornelis Doekes (geboren 23-01-1834) samen met vrouw Klaske Foppes van der Ploeg en zonen Doeke Cornelis van Egten(13-06-1861) en Foppe Cornelis van Egten (4 juni 1863).

  Leeuwarden In Groningen, waar ze op 24 mei 1864 naar toe verhuizen, ben ik de familie even kwijt.  Maar over Leeuwarden is veel informatie te vinden. Het HCL (Historisch Centrum Leeuwarden) heeft de bevolkingsregisters online staan, met zoek mogelijkheid. http://www.historischcentrumleeuwarden.nl/html/nl/83/Databases_e.d. http://www.beeldbankleeuwarden.nl/ In Groningen is de familie niet lang geweest zijn, want op 19 september 1965 wordt Douwe in Leeuwarden veroordeeld tot een jaar cel wegens diefstal van timmerbenodigdheden en een paar planken. De diefsatllen zijn gepleegt bij Pier Geerts Jansma. In het arrest staat dat Douwe tussen 12 mei en 3 juli een Antal inbraken heeft gepleegd. Steeds neemt hij een aantal timmermansbenodigheden mee, zoals een schropzaag, passer, winkelhaak, etc. Hij wordt op 11 december 1865 als bewoner van Leeuwarden ingeschreven.  Zijn  vorige woonplaats is dan Veenhuizen (gem. Norg). Ik vermoed dat hij na zijn arrestatie, dan wel veroordeling,  daar vast heeft gezeten. Doeke en Tiebegien worden ambtshalve pas op 16 juli 1866 ingeschreven. Ze wonen dan in Wijk B, huis 119. Het is een pand aan de Oosterkade, vlak bij de gevangenis. Douwe heeft vanaf oktober 1865 in totaal 6 jaar achter elkaar gevangen gezeten. Het ligt voor de hand dat hij dus eind september 1871 vrij kwam. Tijdens de 6 jaar gevangenisstraf wordt op 7-05-1866 zijn dochter Vogeltje Gesiena geboren. Ook in haar geboorteakte staat het pand B119.Zij overlijdt een jaar en vier maanden later op 14-09-1867. Volgens het bevolkingsregister komen Tiebegien Wagenaar en Doeke pas op 31 juli 1866 in Leeuwarden wonen. Uit de geboorteakte van Vogeltje blijkt echter dat zij op 7 mei 1866 in Leeuwarden geboren is. Waarschijnlijk woonden Tiebegien en Doeke al eerder in Leeuwarden. Ik vermoed dat ze of Douwe zijn gevolgd in 1865 toen hij vanuit Groningen naar Leeuwarden is gegaan, of dat ze later, toen hij daar vast kwam te zitten naar toe zijn gegaan. Waarschijnlijk is dit alles gebeurd op het eerste adres waar Tiebegien en Doeke woonden in Wijk B op nummer 119. Dat nummer komt ook weer terug op de geboorteakte van Vogeltje Gesiena en staat daar in de kantlijn geschreven. Opvallend is dat ze daar ambtshalve zijn ingeschreven. Kortom kennelijk woonde ze er al en zijn ze wat later ingeschreven. Wijzigingen in woonplaats waren verplicht om door te geven, maar er stond geen sanctie op als je het niet deed. Al enige weken na zijn vrijlating ging hij dus al weer in de fout. Na ruim een maand vrij geweest te zijn werd hij op 28 oktober 1871 weer tot twee jaar celstraf veroordeeld. Uit het vonnis blijkt dat hij beschuldigd wordt van het stelen van een zwartlakschen jas en broek en bruin bukschen broek. Na zijn veroordeling op 28 oktober 1871 wordt hij op 16 december 1871 overgeplaatst naar Hoorn. Tiebegien en Doeke volgen hem niet. Terwijl hij daar gevangen zit overlijdt Tiebegien op 10 december 1872 in Leeuwarden. Doeke is dat slechts 8 jaar oud. Het adres waar ze op dat moment verblijven is in Wijk F 110, de Heer Ivo Straat. Deze straat grens direct aan het plein bij de Oldenhove toren. Het rijtje huizen waar ze woonden is afgebroken. Zonder het te weten ben ik erg dicht in de buurt geweest. Samen met mijn moeder hebben we wat gegeten en gedronken in de Brasserie, een horeca gelegenheid die op de hoek van die straat zit. Doeke duikt in het bevolkingsregister weer op in de Monnike Muurstraat (Wijk K 104). Dit is dicht bij de Groote Kerk. Ook het rijtje huizen wat daar stond is afgebroken.     De feiten op een rij.  Alle data uit het Leeuwarder bevolkingsregister:   Op deze kaarten wordt ook naar andere kaarten verwezen. Op basis daarvan vermoed ik dat dit de chronologische volgorde is waar ze in Leeuwarden woonden: B119, Oosterkade Tiebegien  vertrek van daar uit naar: 48.345 (is geen digitale versie van. Dit is een dienstboden register!) 9.750 (= C 297 beneden, mogelijk logement, Oude oosterstraat, 5 huis vanaf Ossekop, tegenover Heerenstraat) 41.907 ( M261 l (el) de sloppen en stegen van De Weerklank, er wordt hier alleen verwezen naar kaart 5.344…mogelijk is de kaart van B119 5.344..het is wel pagina 344) Doeke verhuisd naar:32.340 (naar K104) K104 Doeke verhuist naar 44.142 (naar O42i)   O42i Doeke verhuis naar 18.348 (= naar F110) Wijk C gevangenis Douwe Doekes op 28 november 1870 naar Utrecht Cell. gevangenis Terug 28 mei 1871, 18.348 Douwe 18.348 (= naar F110) F110 Douwe en Tiebegien 42.244 en 42.245 ( N90 op die kaart staat dat ze weer naar 18.348 zijn gegaan) Doeke 42.245 (zie boven) Daarna vertrekt Doeke naar 13.425 (E 141 Armhuis). Het Armhuis in de Haniasteegheeft vele honderden bewoners. Velen vertrekken vanhier uit naar de armen kolonien van Ommerschans en Veenhuizen. Douwe komt uit de gevangenis naar dit huis. Dat zal zijn in ieder geval na 28 mei 1871, die datum staat op zijn kaart uit de gevangenis en voor 19 september 1871. Dat is immers precies 6 jaar na de twee vonnissen, van resp. één en vijf jaar. Het lijkt erop dat Tiebegien en Doeke de laatste jaren los van elkaar geleefd hebben. In dit huis komen ze weer allemaal samen. Douwe wordt dat jaar op 28 oktober al weer tot twee jaar gevangenis straf veroordeeld. Tiebegien overlijdt ruim een jaar later op 10 december 1872. Waarschijnlijk wordt Douwe daarna overplaatst naar het armenhuis. Vanuit het armenhuis vertrekt Doeke op 18 maart 1875 naar Amsterdam, hij is dan 10 jaar E141 Het armenhuis in de Haniasteeg Het HCL over het Armhuis "...... Zoo bevond de armenkamer zich thans in de onmiddelijke nabijheid van het armhuis, dat, in 1830 opgericht, in de verlaten kazerne was gevestigd. Dit gesticht werd zoowel door hulpbehoevende ouden, als door verwaarloosde kinderen bewoond. Daar het te voorzien was, dat dit gebouw op den duur eene flinke uitbreiding zou behoeven, ging het Gemeentebestuur geregeld voort met den aankoop van den perceelen in de Hania- en Ipe Brouwerstegen. In 1865 besloot de Raad tot eene vergrooting van het armhuis, waartoe drie der aangekochte woningen werden afgebroken. Door deze verbouwing, waarvan de kosten fl. 8.550 bedroegen, kon men aan de kinderen eene afzonderlijke huisvesting geven..... Bron: web site van HCL Leeuwarden Er is ook een boek over dit huis: Bootsma & Frankot, Armen in de Haniasteeg. Het Stads-Armhuis te Leeuwarden 1830-1930 (Eigen beheer 1998) Links op Internet: De voormalige gevangenis: http://www.blokhuispoort.nl/plattegrond.htm Indeling wijken en panden: http://www.beeldbankleeuwarden.nl/    zoek op wijkkaarten http://forum.archieven.org/index.php?topic=6638.0 De bevolkingsregisters van Leeuwarden: http://hcl-genealogie.pictura-dp.nl/ Ik wil Anton Musquetier bedanken voor zijn hulp bij dit artikel. Hij heeft voor mij de bronnen opgezocht en  voor kopieen hiervan gezorgd. Ook de medewerkers van het HCL bedank ik hartelijk voor hun hulp bij het interpreteren van de data.

Comments Off on Van Pingjum tot Amsterdam, de omzwervingen van Douwe Doekes, Tiebegien en Doeke.

Print Print

Douwe Doekes van Egten (*11-11-1839 / +27-11-1882)

Douwe-Doekes-van-Echten-digital-remastered Douwe Doekes van Egten was een voorouder waar ik al wel veel van wist maar zeker niet alles. Bijzonder aan hem was dat hij een crimineel verleden had. Daardoor is er meer informatie over hem bewaard gebleven dan van de meeste tijdgenoten die net zo arm waren als hij. Een bezoek aan het archief in Amsterdam heeft er een aantal belangrijke vragen voor mij opgelost. De belangrijkste is wel dat hij op 27 november 1882 is overleden op 43 jarige leeftijd. Ook weet ik nu dat hij na zijn verblijf in de gevangenis van Hoorn inderdaad in Amsterdam is gaan wonen. Nog twee feiten kwamen naar boven die ik nog niet wist. Hij hertrouwde met Dina Adriana Cornelissen en kreeg in 1875 nog een zoon, Jan Laurens Hendrik van Egten. Dit geeft weer nieuwe informatie over de familie van Egten. Het betekend dat Doeke van Egten, de vader van mijn opa een broer had. Dat wist niemand in onze familie tot nu toe. Ook het feit dat hij een stiefmoeder had was onbekend. Het leven van Douwe Doekes is oprecht tragisch te noemen. Een groot deel van zijn leven zat hij in de gevangenis. In totaal wel 14 jaar. - 1865, vijf jaar vanwege diefstal - 1865, nog één extra jaar vanwege diefstal - 1871, twee jaar vanwege diefstal - 1876, zes jaar en acht maanden wegens diefstal in dienstbaarheid (meestal diefstal binnen een dienstbetrekking) Uit stukken die ik heb van de rechtbank van Leeuwarden blijkt dat het in alle gevallen gaat om relatief kleine delicten, zoals het stelen van een jas en broek. In een ander geval om de diefstal van een aantal planken en wat gereedschap. Utrechtsestraat 102 utrechtsestraat -102-klein In het bevolkingsregister van Amsterdam kon ik het verblijf van Douwe Doekes perfect volgen. Zijn eerste adres in Amsterdam is de Utrechtsestraat 102. Hij komt daar op 5 november 1873 wonen. Hoofdbewoner is Gerrit Wilmink, bakker van beroep. Bij zijn vorige woonplaats staat Hoorn. Mogelijk dat hij nog kort in Hoorn heeft gewoond, maar het zou ook kunnen dat hij rechtstreeks uit de gevangenis kwam. In 1871 was hij tot twee jaar celstraf veroordeeld. Uit de bevolkingsregisterkaart van het pand blijkt dat er opvallend veel bakkers en bakkersknechten gewoond te hebben. Het stadsarchief heeft een tekening van het pand uit deze periode en inderdaad..het was een bakkerij! Douwe is niet lang een vrij man geweest. Op 5 november 1873 kwam hij in Amsterdam wonen en op 26 januari 1876 wordt hij opnieuw veroordeeld tot een gevangenisstraf. Dit keer tot 6 jaar en 8 maanden cel door de rechtbank van Amsterdam. In deze twee jaar dat hij nog op vrije voeten is hertrouwd hij en krijgt hij zijn tweede zoon Jan Laurens Hendrik. Utrechtsestraat-102-Z834f2832-S5006036 Utrechtsestraat-102-Z834f2832-S5006040     Oudezijds Voorburgwal 154 (Blauwlakensteeg) blauwlakensteeg-oz-voorburgwal-154   Na de Utrechtsestraat verhuist Douwe in mei 1874 naar de Oudezijds Voorburgwal 154 op de hoek van de Blauwlakensteeg. Op dit adres leert hij Dina Adriana Cornelissen kennen die daar ook in de buurt woont.  OZ-Voorburgwal-154-S5006041     Sint Jansstraat 45 sint-jansstraat-45 In januari 1875 verhuizen ze beiden naar de Sint Jansstraat 45, Ze zijn dan op 13 januari 1875 getrouwd *. Deze adressen zijn allebei in het gebied wat we nu “De Wallen” noemen. Ook in die tijd een duistere buurt met prostitutie. De zoon van Douwe, Doeke komt op maart 1875 ook op dit adres wonen. Hij is dan 10 jaar. Zijn moeder Tiebegien Wagenaar was enkele jaren daarvoor overleden. Dat was op 10 december 1872. Douwe Doekes zat toen in de gevangenis in Hoorn. Inmiddels weet ik dat Doeke rechtstreeks uit het Arm huis te Leeuwarden kwam. Zie hiervoor mijn latere postings. Als adres waar Douwe vandaan komt wordt weer de Blauwlakensteeg genoemd met als nummer J 333 f 1236. Die naam komt ook voor op de kaart van de Oudezijds Voorburgwal. Voor Dina is dat ook de Blauwlakensteeg en nummer J333 f1383. De kaart van de Sint Jansstraat laat voor niemand een vertrekdatum zien. Mogelijk komt dat door de criminele handelingen en arrestatie van Douwe waardoor het een en ander niet is opgetekend. Uit het geheim register ontslagen gevangenen weet ik dat hij op  26 januari 1876 door de rechtbank werd veroordeeld en in Hoorn gevangen werd gezet. St-Jansstraat-45-links-S5006033 St-Jansstraat-45-rechts-S5006034    S5006053 S5006055   * Tekst huwelijksakte Douwe  van Egten en Dina Cornelissen Op heden den dertienden Januari Achteinhonderd Vijf-en-Zeventig, zijn voor ons ondergetekende Ambtenar van den Burgelijken Stand van Amsterdam, in het huis der Gemeente, verschenen, ten einde een Huwelijk aan te gaan Douwe van Egten, bakkersknecht, geboren te Sexbierum gemeent Barradeel Arrondissement Leeuwarden wonende alhier, oud vijfenderdig jaren weduwnaar van Tiebegien Wagenaar meerderjarige zoon van Doeke Klases van Egten en Fokeltje Cornelis Hofstra beiden overleden Ter eenre en Dina Adriana Cornelissen, zonder beroep, geboren en woonende alhier, oud negenentwintig jaren meerderjarige dochter van Hendrik Ernst Cornelissen, overleden en Alida Geertruida de Bruin, zonder beroep woonende alhier Ter andere zijde – En verklaarde de moeder der bruid voor ons tegenwoordig toestemming in dezen echt. De beide afkondigingen tot dit Huwelijk zijn onverhinderd geschied, alhier den derden en den Tienden dezer. Voorts zijn aan ons overgelegd ten eersten den geboortenacten der verloofden Ten tweeden de doodacten van de vorige echtgenoot des bruidegoms en van den vader van den bruid.- Waarna wij hun hebben afgevraagd of zij elkander aannemen tot Echtgenoot getrouwelijk alle pligten zullen vervullen, welke door de Wet aan den Huwelijk verbonden zijnde, hebben in naam der Wet uitspraak gedaan, dat zij door het Huwelijk aan elkander zijn verbonden. In tegenwoordigheid van Paulus van Egten broeder des echtgenoot, militair, oud achtentwintig jaren en woonende te Utrecht. Johannes Bernardus Gerardus Meijer, stoker, oud zesenveertig. Jacob Christiaan Krumbholtz , schilder, oud …drieënveertig jaren beiden en echt….en…Frederik Willem …Koch …aansteker..een en veertig jaren allen alhier. En door ons is opgemaakt deze Acte, welke na voorlezing, door de Komparanten, de getuigen en door ons is ondertekend. Uitgezonderd de moeder die verklaarde niet te kunnen schrijven. D van Egten D. A Cornelissen P van Egten  } 1 en ...ss.. J. C. Krumbholtz F. W. Koch   Slootstraat 11 slootstraat   Pas in juli 1878 vind ik het gezin, zonder Douwe natuurlijk , weer terug. Ze wonen dan in Slootstraat, waarschijnlijk nummer 11. Opvallende afwezige is Doeke. Uit de overlevering weten we dat hij waarschijnlijk in een tehuis heeft gezeten. Marijke dacht aan een instelling in Twente, “Twickel”. Dat is een kasteel in Delden. Onduidelijk is of daar een jongens internaat heeft gezeten. Hij zou daar op zijn 14e (1878) uit weggelopen zijn en zijn gaan varen. Dina komt in Slootstraat in juli 1878 wonen samen met haar moeder Heida de Bruin, haar zuster Elisabeth Catherina en haar zoon Jan Laurens Hendrik van Egten, In april 1880 verhuizen Dina en Jan Laurens samen naar Deel 242 f187. Jan Laurens komt in augustus 1881 weer terug in dit pand en zijn moeder volgt in januari 1882. Op 26 juni komt Douwe ook in dit huis wonen. Uit het register voor ontslagen gevangen weten we dat hij één dag hiervoor vrij werd gelaten uit de gevangenis in Hoorn. Op de kaart staat ook als vorige adres “Correctiehuis Hoorn”. In juli 1882 vertrekken Douwe, Dina, Jan Laurens en de moeder van Dina naar een ander pand, Deel 482 f201.       Tuinstraat 133 In de overlijdensakte van Douwe zien we nog een ander adres, de Tuinstraat 133 in de Jordaan. Volgens die akte woonden Douwe en Dina daar samen op dat adres. De Tuinstraat is om de hoek van de Slootstraat. Hij overlijdt op 27 november van dat jaar, 1882, in het Binnengasthuis. Mogelijk is er nog archief materiaal te vinden in het Amsterdamse Archief als bijlage van de notulen.    S5006051   Passeerdersgracht In 1887 zien we de familie weer terug. Dina en Jan Laurens komen in september 1887 wonen op de Passeerdersgracht 22. Doeke komt daar ook wonen op 4 april 1890. Dina en Jan Laurens komen van 480 f224 en Doeke opvallend genoeg van de Zr Ms Monitor Cerberus *, een schip van de marine. Jammer genoeg is Doeke niet bekend in de archieven van de marine. Wel heeft het Nationaal Archief documentatie over de Monitor Cerberus. Daar zal ik nader onderzoek naar doen. Alle drie verhuizen ze in augustus 1890 naar 367 f25. Vanaf 1891 heeft Doeke een gezinskaart en zijn al zijn verdere adressen bekend.   passeerdersgracht-22-HH-124-353-in klapper deel 367 blad 221--links-S5006003 passeerdersgracht-22-HH-124-353-in klapper deel 367 blad 221-rechts-S5006003 Ik heb van alle kaarten digitale foto opnames gemaakt om ze nog eens rustig te bekijken. Hieronder de complete serie: * Monitor 2e klasse Zr.Ms. 'Cerberus', gebouwd op de Rijkswerf te Amsterdam, en aldaar op 14 januari 1869 te water gelaten. Bron: C. Mark: 'De geschiedenis van de Torpedo- en de Onderzeedienst' in: 'Vast Werken' (2003) 2.12.03 Inventaris van het archief Scheepsjournalen van het Ministerie van Marine, 1813-1955 880 26-6-1885 - 24-10-1885   881 21-6-1889 - 14-6-1892 http://www.nationaalarchief.nl/search/highlighter.jsp?url=%2Fwebviews%2Fpage.webview%3Feadid%3DNL-HaNA_2.12.03%26pageid%3DN1360A&insert_anchor=false&query_text=cerberus&focus_window=true#N1360A

Comments Off on Douwe Doekes van Egten (*11-11-1839 / +27-11-1882)