Weblog over de geschiedenis van de familie van Egten en StruikPosts RSS Comments RSS

Archive for the 'doeke sr.' Category

Print Print

Doeke van Egten Sr. in het Militieregister

Soms vind je in een document weer een aanwijzing om verder onderzoek te doen. Dit was het geval bij de inschrijving van Doeke van Egten Sr. in het Militieregister. Wat waren dat eigenlijk? De web site militieregisters.nl zegt er het volgende over: Militieregisters is een overkoepelende term voor de administratie van dienstplichtige mannen. In Nederland werd in 1811 de dienstplicht (conscriptie) ingevoerd. Vóór de Franse overheersing bestond het leger uit vreemdelingen, landlopers en avonturiers. In 1814 werd bepaald dat op iedere 100 inwoners één militielid moest worden aangewezen. Op 27 februari 1815 werd daartoe de eerste Militiewet van kracht en deze werd twee jaar later vervangen door de wet voor oprichting van de Nationale Militie. De registers weren ingevuld zo rond het 19e levensjaar. In het geval van Doeke dus op 12 maart 1883. Er staat bij zijn beroep dat hij ligtmatroos is. Dat was hij op 1 maart 1882 geworden, dus dat klopt. De verder informatie bekedn op twee zaken na. Een mutatie in de laatste kolom met nummer 1069-94 waarvan de betekenis me nog niet duidelijk is. In kolom Geslachts- en voornaam en woonplaats van vader, moeder of voogd staat en belangrijke aanwijzing:

Douwe Doekes, Tiebegien Wagenaar, beide overleden. Burgerlijk Arm bestuur voor stadsbestedelingen te Amsterdam.

Die laatste zin laat zien dat Doeke dus als kind onder het armen bestuur viel. Over deze instelling is vanalles te vinden in het Stads Archief van Amsterdam (Toegang 344: Archief van de Inrichting voor Stadsbestedelingen). http://stadsarchief.amsterdam.nl/archieven/archiefbank/overzicht/344.nl.html Zo lees ik bv: “In 1877 werden ook armenhuiskinderen in de inrichting opgenomen, daar men brak met het gebruik gehele gezinnen in het armenhuis op te nemen. Armenhuiskinderen waren die kinderen, waarvan de ouders of de langst levende of ongehuwde moeder in het stedelijk armenhuis waren opgenomen.” Ook interessant is de volgende passage: “Alle aangenomen kinderen werden naar volgorde der opneming in het inneemboek ingeschreven. De gasthuiskinderen werden in afzonderlijke delen ingeschreven. Bij de opname van vondelingen werd proces-verbaal opgemaakt. Binnen bij de wet bepaalde tijd moest de inschrijving bij de Burgelijke Stand plaats vinden. Onafhankelijk van die inschrijving werd van iedere opneming, verplaatsing of afschrijving onmiddellijk een verkorte aantekening gehouden in het mutatiejournaal. Bij de opneming van gasthuiskinderen werd in sommige gevallen de huissleutel of enige boedel aan het gesticht in bewaring gegeven. De inrichting beschikte over een kledingmagazijn. Aan iedere verpleegde werd bij zijn ontslag een kleding uitzet meegegeven. Verder zorgde de inrichting voor het laten dopen en de loting en inschrijving voor de Nationale Militie.” Nu dus op zoek naar Doeke in het archief. Ik weet al zelf het volgende: De zoon van Douwe, Doeke komt op maart 1875 ook op dit adres wonen. Hij is dan 10 jaar. Zijn moeder Tiebegien Wagenaar was enkele jaren daarvoor overleden. Dat was op 10 december 1872. Douwe Doekes zat toen in de gevangenis in Hoorn. Inmiddels weet ik dat Doeke rechtstreeks uit het Arm huis te Leeuwarden kwam. Zie hiervoor mijn latere postings. Als adres waar Douwe vandaan komt wordt weer de Blauwlakensteeg genoemd met als nummer J 333 f 1236. Die naam komt ook voor op de kaart van de Oudezijds Voorburgwal. Voor Dina is dat ook de Blauwlakensteeg en nummer J333 f1383. De kaart van de Sint Jansstraat laat voor niemand een vertrekdatum zien. Mogelijk komt dat door de criminele handelingen en arrestatie van Douwe waardoor het een en ander niet is opgetekend. Uit het geheim register ontslagen gevangenen weet ik dat hij op  26 januari 1876 door de rechtbank werd veroordeeld en in Hoorn gevangen werd gezet. bron: http://struik.vanegten.com/?p=353 Uit de scans van het archief die online staan kan ik hem niet direct vinden. Ik heb gevraagd om nog wat zaken te digitaliseren. Wie weet dat ik hem daarin vind. Hierbij het complete document uit het Militieregister: Militieregister Doeke van Egten

Comments Off on Doeke van Egten Sr. in het Militieregister

Print Print

Interview Fred Lanzing

In 2009 verscheen de korte roman “De Nisero-affaire” van Fred Lanzing over de gijzeling van de bemanning van dit schip in 1883. Aangezien Doeke van Egten rond die tijd als matroos bij de marine in de wateren van Atjeh vertoefde een interessant boek.

Het leek me dan ook de moeite waard om met de schrijver te praten over onze wederzijdse interesse voor het onderwerp. Maar ook over het doen van onderzoek, de relevantie van het onderwerp voor vandaag te dag en hoe om te gaan met onderzoeksgegevens. Fred Lanzing vertelde me dat hij op het spoor was gekomen van de militaire geschiedenis van zijn familie in Indonesië doordat hij een aantekenboekje van zijn opa in handen had gekregen. Hierin hield zijn opa bij wat hij zoal meemaakte en welke plaatsten hij bezocht. Helaas over het algemeen vrij oppervlakkige informatie, maar een mooi vertrekpunt voor verder onderzoek. De grootvader van Fred Lanzing had in ook in Atjeh gediend. Vandaar uit was hij op de affaire gestuit en vond het direct een interessant verhaal. Om het op papier te krijgen heeft hij wel geworsteld met de vorm. In eerste instantie leek een briefwisseling van één gegijzelde met het thuisfront hem een goed idee. Een meelezer rade hem dit echter in sterke bewoordingen af... Uiteindelijk is het een roman geworden waar de historische feiten in kloppen, maar waarin toch belangrijke verhaal elementen verzonnen  zijn. Zo heeft Fred Lanzing twee hoofdpersonen uit het boek bedacht. In . De vrouw van de kapitein en de vrouw van de radja. Juist de ontwikkeling in de relatie tussen deze twee vrouwen speelt een belangrijke rol in het boek. Ook het feit dat de kapiteinsvrouw zich losmaakt van haar man en ouderlijk gezin vormt een belangrijk thema in dit boek. Hij laat het boek eindigen met de woorden van een zeeman die tegen haar zegt: “Come on, Missy. You're free now. In die woorden zit een dubbele betekenis. Ze is bevrijd als gijzelaar,maar ook als mens. In de aanloop van het schrijven van een boek speelt onderzoek ook een belangrijke rol. Zo zijn alle historische gegevens over de Nisero affaire nauwkeurig overgenomen en onderzocht. Zelf houd hij er ook niet van als daar fouten in zitten omdat dan de geloofwaardigheid van het hele verhaal in het geding komt. Als voorbeeld gaf hij aan dat hij ooit in verhaal wilde opnemen wat de prijs van een ei op de markt was in een bepaalde periode in Atjeh. Daar kwam hij niet achter, maar wel wat een kip koste. Hij paste zijn verhaal aan en een ei werd een kip. Bij een andere detail uit zijn boek wilde hij ook een duidelijk beeld hebben en heeft dat onderzocht. Dat ging om de waarde van de Straits dollar. Op een gegeven moment werd aan de resident duidelijk gemaakt door de markante Tuku Yit dat de Rajah van Teunom niet zozeer een losgeld eiste maar meer een vergoeding voor geleden schade door de Nederlandse blokkade van de Atjeese havens. Tuku Yit maat duidelijk een bedrag van 300.000 Straits dollar te willen ontvangen. Het bleek dat de Straight dollar ongeveer gelijk was aan de Rupiah die op zijn beurt weer ongeveer de waarde van de gulden benaderde. Voor informatie waar geen documentatie meer over te vinden is helpt het om vergelijkbare bronnen te onderzoeken omdat je op die manier een goed beeld krijgt van hoe het had kunnen zijn. Zelf maakt hij dankbaar gebruik van de documentatie van Bronbeek waar veel egodocumenten van KNIL militairen te vinden zijn. Over de historische relevantie voor de tijd van nu is Fred duidelijk. Hij vind dat niet van belang. Het gaat erom dat het verhaal interessant is en de moeite waard van het vertellen. Wel ziet hij parallellen met de Atjeh en Afghanistan vandaag de dag. Ook daar is het westen bezig met een strijd tegen islamitische krachten en verwikkeld in een moeizame contraguerrilla. Waarbij bondgenoten van vandaag de vijand van morgen kunnen zijn er andersom. Fred Lanzing reist nog steeds veel en heeft onlangs nog Atjeh bezocht. Het viel hem op dat overal veel nieuwe moskeeën waren verrezen. De een nog blinkender dan de andere. Toch werden ze niet druk bezocht wat misschien wel wijst op een vorm van Islam die niet zo zeer vanuit de moskeeën uitgaat maar meer leeft bij de bevolking zelf. Opmerkelijk detail waar mee wil afsluiten is dat Fred zijn grootvader en mijn overgrootvader beiden Toekoe Oemar hebben ontmoet. Fred zijn grootvader heeft patrouilles met hem gelopen en mijn overgrootvader kan hem op zijn best aan bord van zijn schip gezien hebben, maar toch is het een leuke verband over meer dan een eeuw terug in Atjeh. Over Fred Lanzing: Geboren in 1933. Antropoloog met een grote belangstelling voor koloniale geschiedenis. Van hem verscheen eerder de bundel Vannacht gaan wij op pad en de historische novelle Gerucht op de wind. In 2005 volgde Soldaten van smaragd. De wereld van de KNIL. In 2007 het egodocument Voor Fredje is het kamp een paradijs. De Nisero-affaire is uitgegeven in 2009 door uitgeverij Augustus Over het boek: http://www.augustus.nl/result_titel.asp?Id=2559

Comments Off on Interview Fred Lanzing

Print Print

Doeke van Egten en de Nisero affaire

Tijdens mijn onderzoek naar het verleden vond ik enkele feiten die wezen op een zijdelingse betrokkenheid van mijn overgrootvader Doeke van Egten bij een belangrijke gebeurtenis in Atjeh; de gijzeling van de bemanning van de Nisero. Hij diende als matroos op het schroefstoomschip Zr. Ms. Atjeh en schroefstoomschip Zr. Ms. Emma in de jaren 1883 - 1885. Om een beeld te krijgen van het leven op de schepen en de zaken die hij meegemaakt had ben ik in het Nationaal Archief de scheepsjournalen van deze schepen gaan doornemen. Veel wijzer wordt je er in eerste instantie niet van, maar met wat geduld kom je toch aardige details tegen. Zo bleek dat de Zr. Ms. Atjeh op 19 juni 1883 vanuit zee de kampongs van Boeboe en Teunom heeft beschoten. Dat was enkele maanden voor de beruchte Niseo affaire. Dit zal toentertijd veel kwaad bloed hebben gezet bij de radja van Teunom.   De Nisero-kwestie, 8 november 1883 - september 1884  Op 8 november 1883 leed het Engelse stoomschip Nisero schipbreuk op de kust van Teunom in de buurt van de kampong Pangah, 20 km zuidelijk van Tjalang. De Nisero, een vrachtschip met een capaciteit van 1800 ton, was met een lading suiker van Soerabaya onderweg naar Marseille. De bemanning, bestaande uit 17 zeelieden van diverse Europese nationaliteiten plus een Amerikaan, werd door de radja van Teunom gevangengenomen en meegevoerd naar het binnenland. De radja eiste een fors losgeld en bovendien opheffing van de blokkade van de Atjehse kust door de Nederlandse oorlogsvloot. Als tegenprestatie was zou hij dan de gevangenen vrij laten. De radja van Teunom was dezelfde die in 1877 de 18 artikelen ondertekend had waarmee hij het Nederlandse gezag formeel erkende.   Expeditionele actie tegen de radja van Teunom (Gedei), januari 1884  Met name Engeland nam het Nisero-incident zeer hoog op. Na een periode van druk diplomatiek verkeer met Nederland voelde dat land zich genoodzaakt in januari 1884 militair in te grijpen in de vorm van een landing bij Teunom. Hiertoe vertrok een marine-eskader uit Oelee Lheue in Groot-Atjeh onder aanvoering van kolonel Henry Demmeni. De expeditie bestond uit de volgende eenheden; het 3e Bataljon Infanterie, een sectie bergartillerie, een detachement genietroepen, de geneeskundige dienst en een sectie intendance. De volgende schepen deel aan de actie: Zr. Ms. Bromo, Banka, Palembang, het transportschip Devonhurst en 2 stoombarkassen. Omdat op 7 januari 1884 niet aan het gestelde ultimatum was voldaan, openden de oorlogsschepen met hun kanonnen het vuur en gingen sloepen met troepen naar de wal. Deze troepen verdreven de vijand en richtten een versterkt bivak in. De volgende dag staken de militairen onder dekking van gewapende sloepen de rivier bij Gedei over en ondernamen een aanval op het zwaar versterkte Gedei, dat na een fel gevecht werd ingenomen. Op 11 januari 1884 bezette een landingsdivisie het bivak en voerden gewapende sloepen de rivier op. De troepen rukten op naar Padang Kring, in de buurt van Gedei gelegen. Spoedig werd Padang Kring veroverd, waarna de nederzetting van de vorst, Simpang Olim, onder vuur werd genomen. Als reactie op dit offensief werden de gijzelaars verder het binnenland in gebracht. Ondanks het feit dat het doel niet was behaald werden per Koninklijk Besluit van 27 januari 1884 no.18 de volgende officieren beloond voor getoonde dapperheid; kolonel der infanterie H. Demmeni tot officier in de Militaire Willems-Orde, Kapitein der infanterie jhr. E.H.F. Leyssius kreeg de eresabel en de eerste luitenant der infanterie R.J. graaf Schimmelpenninck en de luitenant ter zee 1e Klasse P.H. Prager tot ridder in dezelfde orde. Het "verraad" van Toekoe Oemar, juli 1884  Aangezien de diplomatieke verhouding met Engeland steeds slechter werd, besloot gouverneur Laging Tobias een geheime reddingactie op touw te zetten. Onder het motto dat men rovers met rovers moet vangen, benaderde hij het bendehoofd Toekoe Oemar. Deze accepteerde de opdracht de gevangenen te verlossen op voorwaarde dat zijn maatschappelijke positie als peperhandelaar geregeld zou worden. Hij werd op 3 juli 1884 met zijn mannen ingescheept op het oorlogsschip Zr. Ms. Benkoelen. Toekoe Oemar, die door de Nederlanders als bandiet werd beschouwd maar in Atjeh een belangrijk man was, voelde zich aan boord beledigend behandeld. Hij werd als een koelie behandeld en moest op het dek slapen. Terwijl Toekoe Oemar met een sloep aan land werd gezet overvielen zijn manschappen plotseling de sloeproeiers, die zij op twee na vermoordden. De verontwaardiging over dit verraad was aan Nederlandse zijde groot. Toekoe Oemar had zich intussen bij de vijanden van het gouvernement gevoegd en deed voortdurend invallen in Groot-Atjeh. Het Brits-Nederlands Marine eskader, 12 augustus 1884 Een gezamenlijk militair ingrijpen van Engeland en Nederland dreigde. De radja was echter zodanig geïntimideerd door het verschijnen van een Brits-Nederlands eskader op 12 augustus 1884 met zowel Maxwell als gouverneur Laging Tobias aan boord, dat hij zonder veel onderhandelen toegaf. Hij leverde de gijzelaars een maand later uit en ontving als beloning 800.000 daalders terwijl de rede niet meer werd geblokkeerd. Toekoe Jit, zijn raadsman, ontving 10.000 daalder. De slachtoffers werden later herbegraven in een kerkhof te Tjalang.  

Daarnaast kwam ik nog een opmerkelijk detail tegen. Op 14 juni 1884 gaat de schroefstoomschip Zr. Ms. Emma koninging der Nederlanden voor anker bij Lambesoi. Ze zetten een sloep uit met een bewapende bemanning en twee dagen proviand. Hun doel is om Teuko Oemar (Toengkoe Oemar) en volgelingen op te halen. Na enige tijd komt die ook daadwerkelijk aan boord en varen ze naar de haven van Olehleh. Het is natuurlijk maar een zeer klein onderdeel, maar ik vind het toch bijzonder dat mijn overgrootvader op de boot heeft gezeten die zo'n belangrijke hoofdrolspeler uit de Atjeh oorlog naar de toenmalige regent heeft gebracht. Teukoe Oemar kreeg van de regent de opdracht om te gaan onderhandelen namens de Nederlanders met de radja van Teunom. Dat liep overigens rampzalig af. Hij werd op 3 juli 1884 ingescheept op het oorlogsschip de "Benkoelen". Tot aan de plaats van bestemming voelde Teukoe Oemar, die aan Nederlandse zijde wel voor bandiet doorging maar in Atjeh een deftige heer was, zich aan boord beledigend behandeld: Hij werd namelijk als een koelie beschouwd en moest op het dek slapen.(1) Teukoe Oemar en zijn volgelingen gingen aan wal voor de kust van Teunom, maar vermoorden bijna de gehele bemanning van de sloep die ze aan land bracht en bleef daarna vijandig tegenover de Nederlanders. Nieuw detail in dit alles is dat ik heb gevonden dat Teukoe Oemar speciaal is opgehaald uit de buurt van Lambesoi voor deze missie door de Zr. Ms. Emma. Hieronder staat het originele document.

Op 15 juni gaan ze weer van boord. Hieruit blijkt dat de assistent resident van Analaboe ook is meegereist: In 2009 is er een boek uitgekomen over de Nisero affaire (2), geschreven door Fred Lanzing.(3) Het is natuurlijk voor mij de moeite waard dat er nog steeds gepubliceerd wordt over deze tijd en het leek me dan ook zeer interessant om eens met de schrijver van dit boek te gaan praten. Ik zal over ons gesprek in een volgend artikel uitgebreid vertellen. (1) http://nl.m.wikipedia.org/wiki/Teukoe_Oemar (2) http://www.augustus.nl/result_titel.asp?Id=2559 (3) http://www.augustus.nl/result_auteur.asp?auteur=Fred%20Lanzing

Comments Off on Doeke van Egten en de Nisero affaire

Print Print

Doeke van Egten sr. en de Zr. Ms. Monitor Cerberus

monitor-cerberus2

De monitor 2e klasse Hr.Ms. "Cerberus", afgemeerd aan een steiger achter het Centraal Station in Amsterdam. *

In het bevolkingsregister van de gemeente Amsterdam kwam ik tegen dat Doeke sr. aan boord van de Monitor Cerberus had gezeten. Een intrigeerende aantekening. Dat moest haast wel betekenen dat Doeke bij de marine had gezeten. Ik heb de persoonslijst van het NIMH gelijkt doorgekeken, maar helaas kwam ik hem daar niet tegen. Bij een voorouder van mijn partner en dochter, Pieter van der Wolk, had ik meer geluk gehad.... Van hem hadden ze zelf zijn "conduit boekje". Het NIMH zond me wel deze brief: Brief NIMH Vandaar dat ik het Nationaal Archief op zoek ben gegaan naar meer informatie over deze boot en de mogelijk aanwezigheid van Doeke van Egten aan boord. Ik had al gevonden dat er scheepsjournalen bestonden van het schip. Op te vragen via toegang 2.12.03 inv. nummer 880 en 881. In het boek van 1889 en 1890 kwam ik inderdaad zijn naam tegen! Ik wist dat hij waarschijnlijk op 4 april 1890 van boord was gegaan en ingeschreven werd in het bevolkingsregister van Amsterdam. Vandaar dat ik terug ben gaan bladeren. Als snel had ik beet. Hij bleek op 10 maart 1890 een straf gekregen te hebben van 5 dagen. "Gestrafd met 5 dg strafd. matr. 3. kl. D. van Egten. 20819" Staat er letterlijk. Strafd. Is waarschijnlijk strafdienst, want dat zie ik bij andere matrozen ook staan. Dit zijn zo van die feiten die gelukkig in het scheepsjournaal worden opgenomen!

omslag

5-dagen

Terug bladerend zie ik nog meer vermeldingen. Op 10 september 1889 is het weer raak. Samen met maar liefst 14 anderen krijg Doeke van Egten straf, 3 dagen strafdienst deze keer. Opgetekend door de man met een leesbaar handschrift, A. Stoppelaar.

3 dagen strafdienst (Small)

Ook aan het begin van het scheepsjournaal, bij het aan boord gaan van een nieuwe bemanning, op 21 juni 1889, staat hij vermeld. Hij is matroos 3e klasse met registratie nummer 20819.

d-van-egten (Small)

Nat Archief -kb 28-04-2010 203 (Small)

Een interessante passage over de Monitor Cerberus kwam ik tegen in: H.W. Lintsen (red.), Geschiedenis van de techniek in Nederland. De wording van een moderne samenleving 1800-1890. Deel IV. Delfstoffen, machine- en scheepsbouw. Stoom. Chemie. Telegrafie en telefonie. Walburg Pers, Zutphen 1993 Hierbij een citaat: "In april 1867 gaf de Tweede Kamer goedkeuring voor de uitvoering van de vlootvernieuwing met pantserschepen zoals door de commissie tot herziening van de kustverdediging was aanbevolen. De Marine plaatste bestellingen bij particuliere werven in Engeland en Frankrijk. Het was de bedoeling dat die eerste schepen op de Rijkswerf in Amsterdam zouden worden nagebouwd en de minister stuurde dan ook ingenieurs naar Engeland en Frankrijk om toezicht te houden op de bouw en tegelijkertijd het vak af te kijken. De eerste schepen die in Nederland werden gebouwd waren de rammonitors Cerberus en Bloedhond. Daarvoor werden de tekeningen van de door Laird geleverde Heiligerlee en Krokodil gebruikt. De NSBM leverde de complete machine-installaties voor deze twee schepen.80. Het derde schip dat de Rijkswerf te Amsterdam bouwde was het ramtorenschip Guinea, gemaakt naar het gewijzigd ontwerp van de Buffel die bij Napier in aanbouw was. Dit schip kreeg een machine van de Koninklijke Fabriek van Stoom en andere Werktuigen. De Cerberus was in januari 1869 gereed" Hieronder plaats ik nog een mooie serie afbeeldingen die ik van het schip heb gevonden met behulp van de zoekmachine Maritiem Digitaal en uit het Amsterdamse beeldarchief.

monitor-cerberus-kleur

monitor-cerberus-middelburg

monitor-cerberus3

monitor-cerberus-tekening

monitor-cerberus-tekening2

http://www.milwiki.nl/milwiki/index.php?n=Onderzoek.Art03 Zuster schip Monitor Adder http://beeldbank.amsterdam.nl/ http://www.maritiemdigitaal.nl/ * Datering: 8 november 1894 Herkomst: Stadsarchief; Fotoarchief Jacob Olie Jbz. Documenttype: foto Vervaardiger: Jacob Olie (fotograaf) Geografische naam: De Ruijterkade Afbeeldingsbestand: 10019A001201 Verder onderzoek in: Toegang 2.12.14: Stamboeken van Schepelingen Marine 1860 – 1901, inventarisnummers 503-533. Getypte naamklapper : 2.12.07 Bron: Infoblad 4 Nationaal Archief

3 responses so far

Print Print

Van Pingjum tot Amsterdam, de omzwervingen van Douwe Doekes, Tiebegien en Doeke.

bevolkingsregister-arrest 005 (Large)

De afgelopen tijd heb ik twee soorten bronnen bestudeerd die veel vertellen over het leven en de omzwervingen van Douwe Doekes van Echten, Tiebegien Wagenaar. Ook zien we daarin gegevens over de jeugd van mijn overgrootvader Doeke van Egten. De bronnen zijn afkomstig uit het bevolkingsregister van de volgende plaatsen: Sexbierum, Minnertsga en Leeuwarden, Daarnaast beschik ik over drie vonnissen van Douwe van de rechtbanken in Leeuwarden. Het gaat om vonnissen van: 19 september 1865 28 november 1865 28 oktober 1871 Sexbierum Fiche 6 huis 2k Allereerst zien we Douwe op fiche 6 uit Sexbierum. Hij kwam op 4 april 1863 wonen in het ouderlijk huis van Doeke Klases van Egten en zijn vrouw Ybeltje Rins Rinsma. Daarvoor woonde hij in Pingjum. Dat staat ook te lezen in de huwelijksbijlagen. Op 7 mei trouwt hij met de nog net minderjarige Tiebegien Wagenaar In dat huis (2k) woonde de volgende familieleden: Doeke Klases van Egten ( 2 september 1809) Ybeltje Rins Rinsma (26 november 1820) Antje Doekes van Egten (31 maart 1845) Paulus Doekes van Egten (13 september 1846) Klaas Doekes van Egten (7 juli 1851) Grietje Doekes Dobma (28 october 1789 Hallum) Opvallend detail is dat de weduwe van Klaas Martens van Echten dus ook bij hun inwoont. Ook zie ik daar haar geboorte datum bij staan, 28 oktober 1789. Ze overlijdt op 17 mei 1863 tien dagen na het huwelijk van Douwe en Tiebegien,Bij de datum dat de familie daar kwam wonen staat 17 juli 1862, maar dat kan natuurlijk ook de datum van inschrijving in het bevolkingsregister zijn. Immers pas vanaf ongeveer 1850 werd dit systeem ingevoerd. Op een aansluitende kaart uit Minnertsga zien we dat Douwe in mei 1863 in Minnertsga kwam wonen, waarschijnlijk direct na zijn huwelijk. Broer Paulus woont ook in dit huis. Later zal die ook getuige zijn bij het tweede huwelijk van Douwe. Paulus wordt ook zeer oud, 93 en leeft tot 1940. Paulus Doekes verhuist op 6 maart 1867 naar Het Bildt / Sint Jacobiparochie, enkele kilometers noordelijk van Minnertsga. Antje Doekes verhuist op 12 mei 1867 ook naar Sint Jacobiparochie. Klaas Doekes verhuis op 4 oktober 1866 naar Sint Jacobiparochie. In de Leeuwarder courant lees ik ook dat de weduwe van Doeke Klases het huis en de bakkerij probeert te verkopen. Dit gaat niet erg hard. En op 22 september wordt het weer aangeboden om op 12 november in andere handen over te gaan. Op 8 november wordt er ook een “boelgoed” gehouden waar meubelen, een klok, schilderijen en huisraad verkocht wordt. boelgoed3 (Custom)   Minnertsga fiche 68 Douwe en Tiebegien komen in respectievelijk mei 1863 en 24 april 1863 hier wonen. Zoon Doeke wordt daar ook geboren op 4 april 1864. Op dit adres zien we ook twee andere Wagenaar’s Pieter Klases Wagenaar, schipper geboren 26 nov(…) 1841 en zoon Andries Pieter Wagenaar geboren 20 oktober 1867. Mogelijk dat zij het huis hebben overgenomen na vertrek van de familie van Egten. Op 24 mei 1864 vertrekt de familie naar Groningen Sexbierum fiche 9 Daar zien we dat de oudste broer van Douwe, Cornelis Doekes ook in Sexbierum woont. Ook zijn zoon Doeke Cornelis staat op de kaart. Deze Doeke is ook niet op het rechte pad gebleven, blijkens een stukje in een politie dossier: http://struik.vanegten.com/?p=23   Minnertsga Fiche 25 In Minnertsga woonde ook later deze Cornelis Doekes (geboren 23-01-1834) samen met vrouw Klaske Foppes van der Ploeg en zonen Doeke Cornelis van Egten(13-06-1861) en Foppe Cornelis van Egten (4 juni 1863).

  Leeuwarden In Groningen, waar ze op 24 mei 1864 naar toe verhuizen, ben ik de familie even kwijt.  Maar over Leeuwarden is veel informatie te vinden. Het HCL (Historisch Centrum Leeuwarden) heeft de bevolkingsregisters online staan, met zoek mogelijkheid. http://www.historischcentrumleeuwarden.nl/html/nl/83/Databases_e.d. http://www.beeldbankleeuwarden.nl/ In Groningen is de familie niet lang geweest zijn, want op 19 september 1965 wordt Douwe in Leeuwarden veroordeeld tot een jaar cel wegens diefstal van timmerbenodigdheden en een paar planken. De diefsatllen zijn gepleegt bij Pier Geerts Jansma. In het arrest staat dat Douwe tussen 12 mei en 3 juli een Antal inbraken heeft gepleegd. Steeds neemt hij een aantal timmermansbenodigheden mee, zoals een schropzaag, passer, winkelhaak, etc. Hij wordt op 11 december 1865 als bewoner van Leeuwarden ingeschreven.  Zijn  vorige woonplaats is dan Veenhuizen (gem. Norg). Ik vermoed dat hij na zijn arrestatie, dan wel veroordeling,  daar vast heeft gezeten. Doeke en Tiebegien worden ambtshalve pas op 16 juli 1866 ingeschreven. Ze wonen dan in Wijk B, huis 119. Het is een pand aan de Oosterkade, vlak bij de gevangenis. Douwe heeft vanaf oktober 1865 in totaal 6 jaar achter elkaar gevangen gezeten. Het ligt voor de hand dat hij dus eind september 1871 vrij kwam. Tijdens de 6 jaar gevangenisstraf wordt op 7-05-1866 zijn dochter Vogeltje Gesiena geboren. Ook in haar geboorteakte staat het pand B119.Zij overlijdt een jaar en vier maanden later op 14-09-1867. Volgens het bevolkingsregister komen Tiebegien Wagenaar en Doeke pas op 31 juli 1866 in Leeuwarden wonen. Uit de geboorteakte van Vogeltje blijkt echter dat zij op 7 mei 1866 in Leeuwarden geboren is. Waarschijnlijk woonden Tiebegien en Doeke al eerder in Leeuwarden. Ik vermoed dat ze of Douwe zijn gevolgd in 1865 toen hij vanuit Groningen naar Leeuwarden is gegaan, of dat ze later, toen hij daar vast kwam te zitten naar toe zijn gegaan. Waarschijnlijk is dit alles gebeurd op het eerste adres waar Tiebegien en Doeke woonden in Wijk B op nummer 119. Dat nummer komt ook weer terug op de geboorteakte van Vogeltje Gesiena en staat daar in de kantlijn geschreven. Opvallend is dat ze daar ambtshalve zijn ingeschreven. Kortom kennelijk woonde ze er al en zijn ze wat later ingeschreven. Wijzigingen in woonplaats waren verplicht om door te geven, maar er stond geen sanctie op als je het niet deed. Al enige weken na zijn vrijlating ging hij dus al weer in de fout. Na ruim een maand vrij geweest te zijn werd hij op 28 oktober 1871 weer tot twee jaar celstraf veroordeeld. Uit het vonnis blijkt dat hij beschuldigd wordt van het stelen van een zwartlakschen jas en broek en bruin bukschen broek. Na zijn veroordeling op 28 oktober 1871 wordt hij op 16 december 1871 overgeplaatst naar Hoorn. Tiebegien en Doeke volgen hem niet. Terwijl hij daar gevangen zit overlijdt Tiebegien op 10 december 1872 in Leeuwarden. Doeke is dat slechts 8 jaar oud. Het adres waar ze op dat moment verblijven is in Wijk F 110, de Heer Ivo Straat. Deze straat grens direct aan het plein bij de Oldenhove toren. Het rijtje huizen waar ze woonden is afgebroken. Zonder het te weten ben ik erg dicht in de buurt geweest. Samen met mijn moeder hebben we wat gegeten en gedronken in de Brasserie, een horeca gelegenheid die op de hoek van die straat zit. Doeke duikt in het bevolkingsregister weer op in de Monnike Muurstraat (Wijk K 104). Dit is dicht bij de Groote Kerk. Ook het rijtje huizen wat daar stond is afgebroken.     De feiten op een rij.  Alle data uit het Leeuwarder bevolkingsregister:   Op deze kaarten wordt ook naar andere kaarten verwezen. Op basis daarvan vermoed ik dat dit de chronologische volgorde is waar ze in Leeuwarden woonden: B119, Oosterkade Tiebegien  vertrek van daar uit naar: 48.345 (is geen digitale versie van. Dit is een dienstboden register!) 9.750 (= C 297 beneden, mogelijk logement, Oude oosterstraat, 5 huis vanaf Ossekop, tegenover Heerenstraat) 41.907 ( M261 l (el) de sloppen en stegen van De Weerklank, er wordt hier alleen verwezen naar kaart 5.344…mogelijk is de kaart van B119 5.344..het is wel pagina 344) Doeke verhuisd naar:32.340 (naar K104) K104 Doeke verhuist naar 44.142 (naar O42i)   O42i Doeke verhuis naar 18.348 (= naar F110) Wijk C gevangenis Douwe Doekes op 28 november 1870 naar Utrecht Cell. gevangenis Terug 28 mei 1871, 18.348 Douwe 18.348 (= naar F110) F110 Douwe en Tiebegien 42.244 en 42.245 ( N90 op die kaart staat dat ze weer naar 18.348 zijn gegaan) Doeke 42.245 (zie boven) Daarna vertrekt Doeke naar 13.425 (E 141 Armhuis). Het Armhuis in de Haniasteegheeft vele honderden bewoners. Velen vertrekken vanhier uit naar de armen kolonien van Ommerschans en Veenhuizen. Douwe komt uit de gevangenis naar dit huis. Dat zal zijn in ieder geval na 28 mei 1871, die datum staat op zijn kaart uit de gevangenis en voor 19 september 1871. Dat is immers precies 6 jaar na de twee vonnissen, van resp. één en vijf jaar. Het lijkt erop dat Tiebegien en Doeke de laatste jaren los van elkaar geleefd hebben. In dit huis komen ze weer allemaal samen. Douwe wordt dat jaar op 28 oktober al weer tot twee jaar gevangenis straf veroordeeld. Tiebegien overlijdt ruim een jaar later op 10 december 1872. Waarschijnlijk wordt Douwe daarna overplaatst naar het armenhuis. Vanuit het armenhuis vertrekt Doeke op 18 maart 1875 naar Amsterdam, hij is dan 10 jaar E141 Het armenhuis in de Haniasteeg Het HCL over het Armhuis "...... Zoo bevond de armenkamer zich thans in de onmiddelijke nabijheid van het armhuis, dat, in 1830 opgericht, in de verlaten kazerne was gevestigd. Dit gesticht werd zoowel door hulpbehoevende ouden, als door verwaarloosde kinderen bewoond. Daar het te voorzien was, dat dit gebouw op den duur eene flinke uitbreiding zou behoeven, ging het Gemeentebestuur geregeld voort met den aankoop van den perceelen in de Hania- en Ipe Brouwerstegen. In 1865 besloot de Raad tot eene vergrooting van het armhuis, waartoe drie der aangekochte woningen werden afgebroken. Door deze verbouwing, waarvan de kosten fl. 8.550 bedroegen, kon men aan de kinderen eene afzonderlijke huisvesting geven..... Bron: web site van HCL Leeuwarden Er is ook een boek over dit huis: Bootsma & Frankot, Armen in de Haniasteeg. Het Stads-Armhuis te Leeuwarden 1830-1930 (Eigen beheer 1998) Links op Internet: De voormalige gevangenis: http://www.blokhuispoort.nl/plattegrond.htm Indeling wijken en panden: http://www.beeldbankleeuwarden.nl/    zoek op wijkkaarten http://forum.archieven.org/index.php?topic=6638.0 De bevolkingsregisters van Leeuwarden: http://hcl-genealogie.pictura-dp.nl/ Ik wil Anton Musquetier bedanken voor zijn hulp bij dit artikel. Hij heeft voor mij de bronnen opgezocht en  voor kopieen hiervan gezorgd. Ook de medewerkers van het HCL bedank ik hartelijk voor hun hulp bij het interpreteren van de data.

Comments Off on Van Pingjum tot Amsterdam, de omzwervingen van Douwe Doekes, Tiebegien en Doeke.

Print Print

Fotoalbum No. 1

Het oudst bekende fotoalbum in de familie is zonder twijfel Fotoalbum No 1 van Trien en Doeke, zoals voorop de grijze kaft staat. Het is een zeer eenvoudig album met een waarschijnlijk zelfgemaakte omslag. Er zitten foto’s in van Doeke’s reis naar Zwitserland uit 1921. Leuk is ook dat Alko het oude pasport van Doeke nog heeft. Daar staat de reis ook in gestempeld en geplakt. In die tijd was het nog een hele onderneming. Daarnaast ook foto’s van familiebijeenkomsten en familieportretten van de Boelmansen en van Egten’s samen. Foto’s van Doeke zijn verleden als vakbondsman bij de CBPTT. Ik zal de inhoud in dit stukje beschrijven en natuurlijk de foto’s laten zien. Pagina 1. Uitgeknipte foto uit folder;  Basel Portret van Albe(?) Roth Portret van de familie Schelble, vermoedelijk ook uit Basel “fam Schelble 21 mrt 1921 tot 24 mrt”  Pagina 2. Uitgeknipte foto uit folder; “gezicht op Zürich” Foto van 4 mannen (jongens) bij een jeugdherberg bij Zürich. Onderschrift: ’s Riedth(?) (Jugendheim auf dem Bachtel (1100m) bij Ruth) 24 – 26 mrt 1921 Volgens Google Maps een plaatsje zo’n 40 km van Zürich Pagina 3 Stube ’s Riedth Met gitaar en een gedicht: “Bring Jugend Gruse mit Rot und Blauwe Blummen. Die Blum ist rein. Das Lauf(?) is rein. Rein soll  auch dein Hertz sein Foto van een groep zgn. Freischärler. Dat was een Zwitserse club van religieuze socialisten. In het Sozial Archive van Zwitserland is er het volgende over te vinden: Die Evangelische Jugendbewegung Freischar wurde 1918 im Umfeld des religiösen Sozialismus um Leonhard Ragaz gegründet. 1922 wurde der Name abgeändert in"Unabhängige, sozialistische Jugendorganisation Freischar". Ab 1926 setzte eine stärkere Annäherung an die sozialdemokratischen Jugendorganisationen ein. Freischar-Gruppen bestanden in Zürich, Derendingen (SO) und Schaffhausen. Deren Mitglieder trafen sich einmal im Jahr zur Pfingsttagung. Daneben verzichteten die Freischärler bewusst auf feste Strukturen. Politisch engagierten sie sich für den Weltfriedensgedanken und für das Genossenschaftswesen. Viele Mitglieder fanden später in den Produktiv-, Wohnbau- und Konsumgenossenschaften ein gesellschafts-politisches Tätigkeitsgebiet. Wie für andere sozialistische Jugendgruppen spieltenauch für die Freischar Bildungskurse, Freizeitangebote und die Pflege der Geselligkeit eine wesentliche Rolle. Alle diese Aspekte sind im Archivbestand der Freischar doku-mentiert. Für die meisten ehemaligen Mitglieder (u.a. Hans Neumann, Leni und Margret van Hasz, Gerold Meyer, Paul Steinmann, Ernst Schuler, Albert Ehrismann, Franz Schmidt, Otto Ritschard) ist auch biographisches Material vorhanden. http://www.sozialarchiv.ch/Aktuell/00freischar.html Pagina 4 Landschapsfoto: Riehen bei Basel(22 mrt 1921 tegen zonsondergang) Familie Neumann Zürich                  Pagina 5 Vanaf Riedth (Bachtel) 25 mrt 1921 Tödi (berg 100 km onder Zürich) Pagina 6 Foto’s uit folders van Brunnen en Gersau, onderschrift: Paaschdagen 1921 (27 en 28 maart 1921) Pagina 7 Foto’s uit folders van Baden en Rapperswil, onderschriften: Op de reis van Zürich naar Basel (29 mrt en 1 april 1921) Op de reis van Rüti naar Arth – Soldau (26 mrt 1921) Pagina 8 Vanaf de Zürichberg 24 mrt 1921 Vanaf de Zürichberg 24 mrt 1921 Pagina 9 Freischärtagung. De bijeenkomst van de Freischärler. Leuk detail is dat er ook waarschijnlijk een bekende natuurkunige bij aanwezig was, Dr. Friedrich Hund. In dat archief zijn ook opnames van zo’n bijeenkomst. Doeke en hij zijn uit hetzelfde geboortejaar. Pagina 10 Fuelen (?) (Vierwaltstätter See) 1e Paaschdag 1921 Bei Gersau 2e Paaschdag 1921 Tevens de laatste foto van de Zwitserse reis van Doeke Pagina 11 Zaandam (aug 1921) Foto van het havenpoortgebouw met open brug Pagina 12 Zaanstraat (Amsterdam) Aug 1921 “Het Schip” markant voorbeeld van Amsterdamse School bouwen, gebouwd rond 1920, ontworpen door Michiel de Klerk http://nl.wikipedia.org/wiki/Museum_Het_Schip Pagina 13 Oldehove (Leeuwarden) Aug 1921 Pagina 14 Huizem bij Leeuwarden (aug 1921) Nu onderdeel van Leeuwarden Pagina 15 Tempelierslanddag (Heemstede Groenendaal) http://www.landgoedgroenendaal.nl/historie.php Een landdag van de Orde van Goede Tempelieren, geheelonthouders. Mogelijk is de tweede van rechts onder Hilvert Boelmans Het IISG schrijft over de Tempelieren: De Internationale Orde van Goede Tempelieren (International Organisation of Good Templars) werd in 1851 in Utica in de staat New York opgericht. In Nederland werd de eerste loge gesticht in 1893 door prof. J. van Rees. Het doel van de orde was afschaffing van het gebruik van alcoholhoudende dranken en andere `bedwelmingsmiddelen'. De Internationale Orde van Goede Tempelieren in Nederland (IOGTN) kende het broederschapsprincipe en maakte gebruik van rituelen. De bijeenkomsten waren geheim. Wanneer de loges te groot werden kwam er een afsplitsing. De organisatie kende vijf logetrappen: de plaatselijke loge, de Graad Loge, de Districts-Loge, de Groot-Loge en de Internationale Loge.http://www.iisg.nl/archives/en/files/i/10752125full.php Pagina 16 Bijeenkomst van de CBPTT, Centrale Bond PTT Afd. Amsterdam. Doeke was official van deze bond zoals op een andere foto zal blijken. Op een spandoekje staat „Actie tegen de Reactie“, Hoog de CBPTT. Pagina 17 7  augustus 1921 Landdag CBPTT Velsen Henk Kuise aan `t voordragen Pagina 18 4 officials van de CBPTT, rechts Doeke 15 mei 1921 Fietstocht naar Doorn (Hemelvaartsdag 1921) Op bordje links nog net te lezen …De Eenheid Den Ambtenaar Pagina 19 (De) Sontstraat 2 Leeuwarden (zondag 7 aug 1921) Familie portret van de familie van Egten en familie Boelmans bij elkaar Achterste rij 2 vl Bets en een aantal zusters Boelmans, 2e van rechts Trien Middelste rij Edo Boelmans, Cornelia Robertus, Elisabeth Johanna de Bakker, Doeke Sr. Voorste rij links Annie met ?, 2e vl Wouter Het is een zelfde foto zoals die los in de koffer van tante Bets zit. http://familie.vanegten.com/wp-content/gallery/de-koffer-van-tante-bets-2/IMG_0066.jpg Pagina 20 Op de Oldehove Leeuwarden Zondagmorgen 7 aug 1921 Bovenste rij Edo Boelmans en Doeke van Egten (Sr.) Daanaast in elk geval Bets, 2e van rechts, Wouter zittend met open kraag. Verder denk ik dat Bets een arm om Trien houd. Pagina 21 De familie van Egten en Boelmans op een uitje naar Oranjewoud bij Hotel Tjaarda, 10 augustus 1921. Op de foto vlnr Edo Boelans, Cornelia Robertus, Wouter,?,Trien, Elisabeth Johanna de Bakker,?, Bets, Doeke Sr., Bertus(?). Liggend waarschijnlijk Annie en Fiep. Het kleine meisje is mij onbekend. Pagina 22 Nog een foto van het bezoek aan Oranjewoud. Op de foto in ieder geval links Trien en Cornelia. Voor Wouter. In het midden Edo en Bets en rechts Elisabeth Johanna de Bakker en Doeke (Sr.) Pagina 23 Een konijn Pagina 24 Ida Boelmans met Bets op balkon, waarschijnlijk op van Beuningenstraat 105 II rond augustus 1921 Pagina 25 Hilvert Boelmans Annie (augustus 1921), achter harmonium Pagina 26 Wouter (augustus 1921) Pagina 27 In Artis (aug 1921) Waarschijnlijk vlnr Alke Boelmans, Annie en Fiep Pagina 28 Doeke en Trien op balkon , waarschijnlijk op van Beuningenstraat 105 II rond augustus 1921 Pagina 29 Doeke achter bureau. Aan de muur een mooie batikken doek. Veel boeken. Pagina 30 Stilleven van Chinese vaas met hei Pagina 31 Portret van Titia Mulder (februari 1921) Pagina 32 Portret van Adri Mulder (februari 1921) Pagina 33 Jop Ros Jansje Sloot Pagina 34 Onbekend portret Pagina 35 Aug 1921 Corrie Boelmans,?, Alke Boelmans Pagina 36 Bij Tietjerk (aug 1921) Erg onduidelijk Pagina 37 20 Juli 1921 ’s morgens in de huiskamer Vlnr Anie(?), Bets, Doeke Sr. Elisabeth Johanna de Bakker Pagina 38 Corrie en Bets Het album is ook weer als PDF album te downloaden: Fotoalbum-no1  

Comments Off on Fotoalbum No. 1

Print Print

Geboorteakte Doeke Jr. maandag 17 februari 1896

Uit het stadsarchief van Amsterdam kwam vandaag een kopie van de geboorteakte van Doeke Jr. Daar is toch weer wat leuke extra informatie op te vinden. Doeke Jr. is inderdaad in de Laurierstraat 20 geboren. Doeke Sr. is op maandag 17 februari naar de burgerlijke stand gegaan om zijn zoon aan te geven. Doeke Jr. is dus op zondag geboren. Het tijdstip staat er ook bij vermeld: “Op de zestienden des voor middags ten vier ure, in het huis Laurierstraat 20 in deze gemeente is geboren een kind van het mannelijk geslacht, uit Zijne Echtgenoote Elisabeth Johanna de Bakker, zonder beroep wonende alhier”. Verder wordt het beroep van Doeke Sr. genoemd, n.l. werkman. Arbeider zouden we tegenwoordig zeggen. Nu ik dit zie valt het kwartje ook over de vermelding op de gezinskaart. Ook daar staat dus werkman (bij gem. waterleiding) in plaats van werkend. Over Elisabeth Johanna de Bakker staat dat ze zonder beroep is.

Comments Off on Geboorteakte Doeke Jr. maandag 17 februari 1896

Print Print

De familie Doeke Sr. in Amsterdam

Het gezin van Doeke Sr. heeft op heel wat lokaties in Amsterdam gewoond. De gezinskaart houd dit allemaal bij. Van 1891 t/m 1937. In totaal zo’n 46 jaar. Ze hebben op 18 verschillende lokaties gewoond. Nog niet duidelijk is waar Doeke Sr. voor 1891 woonde. Een bezoek aan het stadsarchief zal uitkomst bieden. Daar is ook het bevolkingsregister van voor 1891 bewaard. In 2016 kwam ik in de scans van het Binnengasthuis ook een adres van Doeke Sr. uit 1891 tegen, Kiezerstraat 33, één hoog. Ik vermoed dat dit nu de Kiezersstraat heet, in de buurt van De Waag. naam: [van] Echten, Doeke geboortedatum: 04-04-1864 geboorteplaats: Minnersga inschrijvingsdatum: 1892 instelling: Binnengasthuis afdeling: Mannen Verband Archief van de Gemeenteziekenhuizen Patientenregisters: NL-SAA-35329719     Hierbij de totale lijst van adressen van na 1891: januari 1892 Kerkpad 2 9 april 1894 Lauriersstraat 20 17 juni 1896 Dirk Hartoghstraat 1 19 oktober 1896 Egelantiersstraat 118 29 december 1896 Tuinstraat 258 12 augustus 1897 Anjeliersstraat 184 10 september 1898 Bilderdijkkade 74 15 oktober 1909 van Beuningenstraat 105 II 23 augustus 1913 van Beuningenstraat 113 III 4 november 1921 Amstelveenseweg 169 III 29 september 1925 Willhelminastraat 38 II 14 december 1925 Kleine Kattenstraat 139 II 23 april 1926 1e Bertelmansstraat 5 huis 16 juni 1934 Van Eeghenlaan 3 0..h.. 28 september 1934 Borgerstraat 78 II 23 juli 1935 PC Hooftstraat 153 huis 30 september 1936 Bonairestraat 63 I 21 september 1937 Albert Cuijpstraat 203 II Op 20 oktober 1937 verhuisde Doeke Sr naar het huis van Doeke Jr in Soest. Doeke Sr. eerste adres op de gezinskaart is het Kerkpad. Tegenwoordig is dat de Hugo de Grootkade. Het stadsarchief heeft nog een foto van de oorspronkelijke locatie. Het ziet er armoedig uit. Opa, Doeke Jr. is op de Laurierstraat 20 geboren. Vier dagen na hun huwelijk, op 5 april 1894, gingen ze hier wonen. George Hendrik Breitner maakte in de winter van 1895-1896 onderstaande foto’s. Dit is precies de tijd dat het gezin hier woonde. Het langst hebben ze op de Bilderdijkkade 74 gewoond. Zo’n 11 jaar. Dat is ook en adres wat opa zich goed herinnerde. Hij had daar een gelukkige kindertijd. Het huis was een zoete inval voor vriendjes. Ik ben al vast begonnen aan een kaart van alle huizen waar ze gewoond hebben. Zie hieronder: Grotere kaart weergeven

One response so far

Print Print

De gezinskaart van Doeke sr. … de details

Wat gelijk opvalt aan de gezinskaart is dat hij op de kaart oorspronkelijk Doeke van Echten heette. Ook zijn vader werd officieel van Echten genoemd. Op de kaart is van Echten doorgehaald en vervangen door van Egten. Het is natuurlijk leuk om te weten waarom dit is gebeurd. Zou het te maken hebben met het verleden van zijn vader? Op dit moment heb ik er nog geen verklaring voor. Verder vinden we nog iets opmerkelijks over de religie. De vorige generaties waren officieel Nederland Hervormd. Ook Doeke Sr. was dat, maar is later overgestapt op naar de Doopsgezinden. Ook de andere gezinsleden zijn Doopsgezind. Zijn beroep staat ook vermeld. Het is moeilijk te lezen maar ik vermoed dat er staat: “Werkman gem. waterleiding”. Zijn beide huwelijken staan erop en zijn nationaliteit, Nederlands.

Elke gezinskaart heeft ook vermeld staan waar het gezinshoofd vandaan komt. Dat kan een andere persoon zijn of een andere gemeente. Ook staat er soms een nummer. Bij Doeke Sr. Lijkt er 207/102 te staan. Bij jaar van inschrijving zien we een afkorting staan “tov” 1891. Hij was toen 27 jaar. Interessant is natuurlijk waar hij voor die tijd was. Alko wist dat hij gevaren had, dus mogelik is hij op zee geweest voor die tijd. Een ander verhaal wat ik mij zelf herinner is dat mijn vader, Edo van Egten, altijd vertelde dat Doeke Sr. de uitbarsting van de Indonesische Krakatau (zie bv de Wikipedia) op zee had meegemaakt. Deze uitbarsting was in 1883. De uitbarsting was met zo’n enorme explosie die tot Australie en Afrika te horen was. Doeke Sr. was toen 19 jaar. Het zou dus goed kunnen dat hij tussen zijn 18e en 27ste gevaren heeft.

Van de anderen zal ik de meest opmerkelijke zaken vermelden:

Elisabeth Johanna de Bakker, haar geloof is Rooms Katholiek (RC). Ze lijkt afkomstig van “Wed. Klaas Lanskroon”. Of Lanskroon Ned. Klaas. Ik ben niet zeker wat er echt staat.

Doeke van Egten Jr. Ook hij is Doopsgezind geworden en daarnaast buitengewoon dienstplichtig verklaard. Zijn beroep is telegrafist. Hij heeft een eigen gezinskaart gekregen op 30-01-1923, toen hij trouwde.

Hubertus beroep kantoor bediende. 11-09-1925 eigen kaart, dus uit het ouderlijk huis vertrokken.

Elisabeth Johanna, 6-10-1925 eigen kaart, dus uit het ouderlijk huis vertrokken. Johanna Maria, beroep naaister, 20-09-1925 eigen kaart, dus uit het ouderlijk huis vertrokken. Roelofje Hubert van Houten, de weduwe van Wouter de Bakker woonde ook nog bij het gezin Doeke Sr in. Waarschijnlijk op 25-08-1902. Bij afkomst staat waarschijnlijk Wed Wolterus de Bakker Gest. 11-01-71. Maar het kan ook anders in elkaar zitten….. Roeloffina, beroep borduurster, 29-04-1925, eigen kaart, dus uit het ouderlijk huis vertrokken. Wolterus, beroep elektricien, 1-12-1921 naar Leeuwarden vertrokken en opnieuw 29-07-1925 naar Meppel. Bij zijn bijzonderheden staan helaas een aantal zaken door elkaar. Het stempel lijkt te betekenen Mil verlof. Maria Christine Winkens, geboren 9-5-1915 geboren te Kuurnach O. Een waarschijnlijk Duits meisje die door Tante Bets naar Nederland gehaald is. Ze is later weer naar Hamburg vertrokken. In huis gekomen op 19-01-1925 en weer vertrokken op 29-09-1925. Wat opvalt is dat behalve Doeke alle kinderen in 1925 het huis verlieten. Ze waren toen allemaal al in de twintig. Mogelijk dat dit te maken had met de relatie met Pietertje Buis, waarmee hij eind 1925 uiteindelijk getrouwd is. De tweede vrouw van Doeke Sr. Was in elk geval niet populair bij mijn opa. Later is Doeke Sr ook nog naar Cafe Beader (..) Bobeldijk D72, Berkhout verhuist Meer over de Krakatau: http://www.houwie.net/krakatau0.html

Comments Off on De gezinskaart van Doeke sr. … de details