Weblog over de geschiedenis van de familie van Egten en StruikPosts RSS Comments RSS

Doeke van Egten Sr. in het Militieregister

Soms vind je in een document weer een aanwijzing om verder onderzoek te doen. Dit was het geval bij de inschrijving van Doeke van Egten Sr. in het Militieregister. Wat waren dat eigenlijk? De web site militieregisters.nl zegt er het volgende over:

Militieregisters is een overkoepelende term voor de administratie van dienstplichtige mannen. In Nederland werd in 1811 de dienstplicht (conscriptie) ingevoerd. Vóór de Franse overheersing bestond het leger uit vreemdelingen, landlopers en avonturiers. In 1814 werd bepaald dat op iedere 100 inwoners één militielid moest worden aangewezen. Op 27 februari 1815 werd daartoe de eerste Militiewet van kracht en deze werd twee jaar later vervangen door de wet voor oprichting van de Nationale Militie.

De registers weren ingevuld zo rond het 19e levensjaar. In het geval van Doeke dus op 12 maart 1883. Er staat bij zijn beroep dat hij ligtmatroos is. Dat was hij op 1 maart 1882 geworden, dus dat klopt. De verder informatie bekedn op twee zaken na. Een mutatie in de laatste kolom met nummer 1069-94 waarvan de betekenis me nog niet duidelijk is.
In kolom Geslachts- en voornaam en woonplaats van vader, moeder of voogd staat en belangrijke aanwijzing:

Douwe Doekes, Tiebegien Wagenaar, beide overleden.
Burgerlijk Arm bestuur voor stadsbestedelingen te Amsterdam.


Die laatste zin laat zien dat Doeke dus als kind onder het armen bestuur viel. Over deze instelling is vanalles te vinden in het Stads Archief van Amsterdam (Toegang 344: Archief van de Inrichting voor Stadsbestedelingen).
http://stadsarchief.amsterdam.nl/archieven/archiefbank/overzicht/344.nl.html

Zo lees ik bv:

“In 1877 werden ook armenhuiskinderen in de inrichting opgenomen, daar men brak met het gebruik gehele gezinnen in het armenhuis op te nemen. Armenhuiskinderen waren die kinderen, waarvan de ouders of de langst levende of ongehuwde moeder in het stedelijk armenhuis waren opgenomen.”

Ook interessant is de volgende passage:

“Alle aangenomen kinderen werden naar volgorde der opneming in het inneemboek ingeschreven. De gasthuiskinderen werden in afzonderlijke delen ingeschreven. Bij de opname van vondelingen werd proces-verbaal opgemaakt. Binnen bij de wet bepaalde tijd moest de inschrijving bij de Burgelijke Stand plaats vinden. Onafhankelijk van die inschrijving werd van iedere opneming, verplaatsing of afschrijving onmiddellijk een verkorte aantekening gehouden in het mutatiejournaal. Bij de opneming van gasthuiskinderen werd in sommige gevallen de huissleutel of enige boedel aan het gesticht in bewaring gegeven.

De inrichting beschikte over een kledingmagazijn. Aan iedere verpleegde werd bij zijn ontslag een kleding uitzet meegegeven. Verder zorgde de inrichting voor het laten dopen en de loting en inschrijving voor de Nationale Militie.”

Nu dus op zoek naar Doeke in het archief. Ik weet al zelf het volgende:

De zoon van Douwe, Doeke komt op maart 1875 ook op dit adres wonen. Hij is dan 10 jaar. Zijn moeder Tiebegien Wagenaar was enkele jaren daarvoor overleden. Dat was op 10 december 1872. Douwe Doekes zat toen in de gevangenis in Hoorn. Inmiddels weet ik dat Doeke rechtstreeks uit het Arm huis te Leeuwarden kwam. Zie hiervoor mijn latere postings.
Als adres waar Douwe vandaan komt wordt weer de Blauwlakensteeg genoemd met als nummer J 333 f 1236. Die naam komt ook voor op de kaart van de Oudezijds Voorburgwal. Voor Dina is dat ook de Blauwlakensteeg en nummer J333 f1383.
De kaart van de Sint Jansstraat laat voor niemand een vertrekdatum zien. Mogelijk komt dat door de criminele handelingen en arrestatie van Douwe waardoor het een en ander niet is opgetekend. Uit het geheim register ontslagen gevangenen weet ik dat hij op  26 januari 1876 door de rechtbank werd veroordeeld en in Hoorn gevangen werd gezet.

bron: http://struik.vanegten.com/?p=353

Uit de scans van het archief die online staan kan ik hem niet direct vinden. Ik heb gevraagd om nog wat zaken te digitaliseren. Wie weet dat ik hem daarin vind.

Hierbij het complete document uit het Militieregister:

Militieregister Doeke van Egten

Comments Off

Interview Fred Lanzing

In 2009 verscheen de korte roman “De Nisero-affaire” van Fred Lanzing over de gijzeling van de bemanning van dit schip in 1883. Aangezien Doeke van Egten rond die tijd als matroos bij de marine in de wateren van Atjeh vertoefde een interessant boek.

Het leek me dan ook de moeite waard om met de schrijver te praten over onze wederzijdse interesse voor het onderwerp. Maar ook over het doen van onderzoek, de relevantie van het onderwerp voor vandaag te dag en hoe om te gaan met onderzoeksgegevens.

Fred Lanzing vertelde me dat hij op het spoor was gekomen van de militaire geschiedenis van zijn familie in Indonesië doordat hij een aantekenboekje van zijn opa in handen had gekregen. Hierin hield zijn opa bij wat hij zoal meemaakte en welke plaatsten hij bezocht. Helaas over het algemeen vrij oppervlakkige informatie, maar een mooi vertrekpunt voor verder onderzoek. De grootvader van Fred Lanzing had in ook in Atjeh gediend. Vandaar uit was hij op de affaire gestuit en vond het direct een interessant verhaal.

Om het op papier te krijgen heeft hij wel geworsteld met de vorm. In eerste instantie leek een briefwisseling van één gegijzelde met het thuisfront hem een goed idee. Een meelezer rade hem dit echter in sterke bewoordingen af… Uiteindelijk is het een roman geworden waar de historische feiten in kloppen, maar waarin toch belangrijke verhaal elementen verzonnen  zijn. Zo heeft Fred Lanzing twee hoofdpersonen uit het boek bedacht. In . De vrouw van de kapitein en de vrouw van de radja. Juist de ontwikkeling in de relatie tussen deze twee vrouwen speelt een belangrijke rol in het boek. Ook het feit dat de kapiteinsvrouw zich losmaakt van haar man en ouderlijk gezin vormt een belangrijk thema in dit boek. Hij laat het boek eindigen met de woorden van een zeeman die tegen haar zegt: “Come on, Missy. You’re free now. In die woorden zit een dubbele betekenis. Ze is bevrijd als gijzelaar,maar ook als mens.

In de aanloop van het schrijven van een boek speelt onderzoek ook een belangrijke rol. Zo zijn alle historische gegevens over de Nisero affaire nauwkeurig overgenomen en onderzocht. Zelf houd hij er ook niet van als daar fouten in zitten omdat dan de geloofwaardigheid van het hele verhaal in het geding komt. Als voorbeeld gaf hij aan dat hij ooit in verhaal wilde opnemen wat de prijs van een ei op de markt was in een bepaalde periode in Atjeh. Daar kwam hij niet achter, maar wel wat een kip koste. Hij paste zijn verhaal aan en een ei werd een kip.

Bij een andere detail uit zijn boek wilde hij ook een duidelijk beeld hebben en heeft dat onderzocht. Dat ging om de waarde van de Straits dollar. Op een gegeven moment werd aan de resident duidelijk gemaakt door de markante Tuku Yit dat de Rajah van Teunom niet zozeer een losgeld eiste maar meer een vergoeding voor geleden schade door de Nederlandse blokkade van de Atjeese havens. Tuku Yit maat duidelijk een bedrag van 300.000 Straits dollar te willen ontvangen. Het bleek dat de Straight dollar ongeveer gelijk was aan de Rupiah die op zijn beurt weer ongeveer de waarde van de gulden benaderde. Voor informatie waar geen documentatie meer over te vinden is helpt het om vergelijkbare bronnen te onderzoeken omdat je op die manier een goed beeld krijgt van hoe het had kunnen zijn. Zelf maakt hij dankbaar gebruik van de documentatie van Bronbeek waar veel egodocumenten van KNIL militairen te vinden zijn.

Over de historische relevantie voor de tijd van nu is Fred duidelijk. Hij vind dat niet van belang. Het gaat erom dat het verhaal interessant is en de moeite waard van het vertellen. Wel ziet hij parallellen met de Atjeh en Afghanistan vandaag de dag. Ook daar is het westen bezig met een strijd tegen islamitische krachten en verwikkeld in een moeizame contraguerrilla. Waarbij bondgenoten van vandaag de vijand van morgen kunnen zijn er andersom.

Fred Lanzing reist nog steeds veel en heeft onlangs nog Atjeh bezocht. Het viel hem op dat overal veel nieuwe moskeeën waren verrezen. De een nog blinkender dan de andere. Toch werden ze niet druk bezocht wat misschien wel wijst op een vorm van Islam die niet zo zeer vanuit de moskeeën uitgaat maar meer leeft bij de bevolking zelf.

Opmerkelijk detail waar mee wil afsluiten is dat Fred zijn grootvader en mijn overgrootvader beiden Toekoe Oemar hebben ontmoet. Fred zijn grootvader heeft patrouilles met hem gelopen en mijn overgrootvader kan hem op zijn best aan bord van zijn schip gezien hebben, maar toch is het een leuke verband over meer dan een eeuw terug in Atjeh.

Over Fred Lanzing:

Geboren in 1933. Antropoloog met een grote belangstelling voor koloniale geschiedenis. Van hem verscheen eerder de bundel Vannacht gaan wij op pad en de historische novelle Gerucht op de wind. In 2005 volgde Soldaten van smaragd. De wereld van de KNIL. In 2007 het egodocument Voor Fredje is het kamp een paradijs. De Nisero-affaire is uitgegeven in 2009 door uitgeverij Augustus

Over het boek:

http://www.augustus.nl/result_titel.asp?Id=2559

Comments Off

Doeke van Egten en de Nisero affaire

Tijdens mijn onderzoek naar het verleden vond ik enkele feiten die wezen op een zijdelingse betrokkenheid van mijn overgrootvader Doeke van Egten bij een belangrijke gebeurtenis in Atjeh; de gijzeling van de bemanning van de Nisero.

Hij diende als matroos op het schroefstoomschip Zr. Ms. Atjeh en schroefstoomschip Zr. Ms. Emma in de jaren 1883 – 1885. Om een beeld te krijgen van het leven op de schepen en de zaken die hij meegemaakt had ben ik in het Nationaal Archief de scheepsjournalen van deze schepen gaan doornemen. Veel wijzer wordt je er in eerste instantie niet van, maar met wat geduld kom je toch aardige details tegen. Zo bleek dat de Zr. Ms. Atjeh op 19 juni 1883 vanuit zee de kampongs van Boeboe en Teunom heeft beschoten. Dat was enkele maanden voor de beruchte Niseo affaire. Dit zal toentertijd veel kwaad bloed hebben gezet bij de radja van Teunom.

Daarnaast kwam ik nog een opmerkelijk detail tegen. Op 14 juni 1884 gaat de schroefstoomschip Zr. Ms. Emma koninging der Nederlanden voor anker bij Lambesoi. Ze zetten een sloep uit met een bewapende bemanning en twee dagen proviand. Hun doel is om Teuko Oemar (Toengkoe Oemar) en volgelingen op te halen. Na enige tijd komt die ook daadwerkelijk aan boord en varen ze naar de haven van Olehleh. Het is natuurlijk maar een zeer klein onderdeel, maar ik vind het toch bijzonder dat mijn overgrootvader op de boot heeft gezeten die zo’n belangrijke hoofdrolspeler uit de Atjeh oorlog naar de toenmalige regent heeft gebracht. Teukoe Oemar kreeg van de regent de opdracht om te gaan onderhandelen namens de Nederlanders met de radja van Teunom.

Dat liep overigens rampzalig af. Hij werd op 3 juli 1884 ingescheept op het oorlogsschip de “Benkoelen”. Tot aan de plaats van bestemming voelde Teukoe Oemar, die aan Nederlandse zijde wel voor bandiet doorging maar in Atjeh een deftige heer was, zich aan boord beledigend behandeld: Hij werd namelijk als een koelie beschouwd en moest op het dek slapen.(1) Teukoe Oemar en zijn volgelingen gingen aan wal voor de kust van Teunom, maar vermoorden bijna de gehele bemanning van de sloep die ze aan land bracht en bleef daarna vijandig tegenover de Nederlanders.
Nieuw detail in dit alles is dat ik heb gevonden dat Teukoe Oemar speciaal is opgehaald uit de buurt van Lambesoi voor deze missie door de Zr. Ms. Emma. Hieronder staat het originele document.

Op 15 juni gaan ze weer van boord. Hieruit blijkt dat de assistent resident van Analaboe ook is meegereist:

In 2009 is er een boek uitgekomen over de Nisero affaire (2), geschreven door Fred Lanzing.(3) Het is natuurlijk voor mij de moeite waard dat er nog steeds gepubliceerd wordt over deze tijd en het leek me dan ook zeer interessant om eens met de schrijver van dit boek te gaan praten. Ik zal over ons gesprek in een volgend artikel uitgebreid vertellen.

(1) http://nl.m.wikipedia.org/wiki/Teukoe_Oemar
(2
) http://www.augustus.nl/result_titel.asp?Id=2559
(3
) http://www.augustus.nl/result_auteur.asp?auteur=Fred%20Lanzing

Comments Off

Echten

 

Zondag 28 mei ben ik op de terugweg vanaf mijn moeder langs het Friese plaatsje Echten gereden. Een bezoek aan die plek stond al langer op mijn wensenlijstje.
Voor zo ver wij nu weten is dit Echten de plek waar Jillert Claesen / Claeses / Klaasen van 1713 tot 1716 gewerkt heeft. Eenmaal in Ferwerd gevestigd ging hij zich Jillet Claesen van Egten noemen. Dit is bekend uit de bronnen van Sannes die schoolmeesters in Friesland heeft geinventariseerd.

Op de plek waar al 1000 jaar een kerk heeft gestaan staat Laurenskerk. De toren is uit 1879, maar de kerk zelf heeft al in de 17e eeuw zijn huidige vorm gekregen:

“Rond het jaar 1000 stond op deze plaats al een kerk. De tegenwoordige kerk heeft in de 17e eeuw zijn huidige vorm gekregen. De toren is van 1879. Na de grote overstroming van 1825 bood de kerk onderdak aan mens en dier.”

Citaat van het aanplakbiljet voor de kerk

Comments Off

Arie van der Wolk

Arie van der Wolk

Van Piet wist ik al dat Arie van der Wolk geboren moest zijn in Rotterdam. Het geboortejaar was ook bekend, 1907. Tot nu toe had ik echter nog niet de juiste informatie over de geboortedatum.

Rotterdam heeft gelukkig nu ook steeds meer en meer gedigitaliseerd, zo ook de geboorteaktes. Op de website van het Rotterdams Archief, http://gemeentearchiefrotterdam.deventit.nl/ , vond ik de akte.

Hij is geboren op woensdag 3 juli 1907 in de Vinkenstaat op nummer 86. Dat is in Noord Rotterdam, in de wijk Het Oude Noorden. Het huis is helaas afgebroken en vervangen door sociale woningbouw.

De 

De aangifte is gedaan door de verloskundige met twe gemeenteklerken als getuigen.

 

Hierbij de complete tekst van de akte:

No. 7062

Heden vijf juli negentien honderd zeven verschen voor mij, Ambtenaar van den burgerlijken stand van Rotterdam: Maria Louisa Wachter, huisvrouw van Jacob Bikkers oud negenenveertig jaren, verloskundige wonende alhier, die verklaarde, dat op drie juli dezes jaars, des voormiddags te zes uur, alhier Vinkenstraat nummer zesentachtig in hare tegenwoordigheid is geboren een kind van het mannelijke geslacht, uit Elsje Hoenderdos, zonder beroep, huisvrouw van Pieter van der Wolk, huisschilder, beiden wonende alhier welk kind zal genaamd worden Arie.

Gedaan in tegenwoordigheid van Abraham Marinus Boogaerdt ‘t Hooft, oud zesendertig jaren, gemeenteklerk, wonende alhier en Nicolaas Gijsbrecht Hogendorp, oud vierentwintig jaren, gemeenteklerk, wonende alhier.

Waarvan akte, welke overeenkomstig de wet is voorgelezen.

ML Wachter    ‘t Hooft

Hogendorp

Comments Off

Jan Laurens Hendriks van Egten, zoon van Douwe Doekes van Egten

 

In het Amsterdamse Archief ontdekte ik dat Doeke van Egten (Sr.) een broer had, Jan Laurens Hendriks van Egten. Dat betekend dat er naast onze tak nog er andere afstammelingen van Douwe Doekes bestaan. Ik ben begonnen om deze tak in kaart te brengen.

Jan Laurens Hendriks trouwde op 27 mei 1896 met Hendrika Johanna de Vlieger. Hij was boekbinder. Hij kreeg 5 kinderen.

Hieronder het parenteel van hem (alle nakomelingen).

1 Jan Laurens Hendrik van Egten is geboren op dinsdag 4 mei 1875 in Amsterdam, zoon van Douwe Doekes van Egten en Dina Adriana Cornelissen. Jan is overleden.

Beroep:

    boekbinder    

Jan trouwde, 21 jaar oud, op woensdag 27 mei 1896 in Amsterdam met Hendrika Johanna Vlieger, 20 jaar oud. Hendrika is geboren op maandag 27 maart 1876 in Amsterdam. Hendrika is overleden.
Kinderen van Jan en Hendrika:

1 Jan Laurens Hendrik van Egten, geboren op woensdag 13 februari 1895 in Amsterdam. Volgt 1.1.

2 Hendrika Johanna van Egten [1.2], geboren op maandag 31 augustus 1896 in Amsterdam. Hendrika is overleden op maandag 17 april 1916, 19 jaar oud.

3 Willem Aris van Egten [1.3], geboren op dinsdag 5 oktober 1897 in Amsterdam. Willem is overleden op dinsdag 23 mei 1916, 18 jaar oud.

4 Willem Bernardus van Egten, geboren op zaterdag 22 juli 1899 in Amsterdam. Volgt 1.4.

5 Dina Adriana van Egten, geboren op donderdag 27 juni 1901 in Amsterdam. Volgt 1.5.
1.1 Jan Laurens Hendrik van Egten is geboren op woensdag 13 februari 1895 in Amsterdam, zoon van Jan Laurens Hendrik van Egten (zie 1) en Hendrika Johanna Vlieger. Jan is overleden. Jan trouwde, 25 jaar oud, op donderdag 6 mei 1920 in Amsterdam met Wilhelmina Frederika Maria Visser_, 25 jaar oud. De scheiding werd geregistreerd op zaterdag 13 maart 1954 in Amsterdam. Wilhelmina is geboren op woensdag 26 september 1894 in Amsterdam. Wilhelmina trouwde later op zaterdag 8 januari 1955 in Amsterdam met Simon Prinsen (1888-1969).
Kind van Jan en Wilhelmina:

1 Wilhelmina Frederika Maria van Egten, geboren op maandag 28 februari 1921 in Amsterdam. Volgt 1.1.1.
1.4 Willem Bernardus van Egten is geboren op zaterdag 22 juli 1899 in Amsterdam, zoon van Jan Laurens Hendrik van Egten (zie 1) en Hendrika Johanna Vlieger. Willem is overleden. Willem trouwde, 22 jaar oud, op woensdag 19 oktober 1921 in Amsterdam met Geertje van Dijk, ongeveer 21 jaar oud. Geertje is geboren omstreeks 1900 in Kampen.
1.5 Dina Adriana van Egten is geboren op donderdag 27 juni 1901 in Amsterdam, dochter van Jan Laurens Hendrik van Egten (zie 1) en Hendrika Johanna Vlieger. Dina is overleden. Dina trouwde, 26 jaar oud, op woensdag 14 september 1927 in Amsterdam met Jacob Langereis, ongeveer 28 jaar oud. Jacob is geboren omstreeks 1899.
1.1.1 Wilhelmina Frederika Maria van Egten is geboren op maandag 28 februari 1921 in Amsterdam, dochter van Jan Laurens Hendrik van Egten (zie 1.1) en Wilhelmina Frederika Maria Visser_. Wilhelmina trouwde met G J Fiene.

In het Amsterdamse Archief kwam ik de nodige documenten tegen ver de familie. Zoals de aangifte van de diefstal van een fiets in 1944. De zoon, die ook Jan Laurens Hendriks heet, raakte deze kwijt op het Rokin.

12 responses so far

Hr. Ms. Tromp

De laatste twee dagen was ik bij Sail 2010. Gezien de carierre van Doeke van Egten bij de marine extra leuk! Eén van de schepen die er lagen was de Hr. Ms. Tromp. Doeke had ook gediend op een fregat wat Tromp heette en wel de Zr. Ms Tromp. Hierbij een foto van de Hr. Ms. Tromp die aan de kop van het Java eliand lag aangemeerd.

De marine heeft ook een pagina over de geschiedenis van de Tromp. Ik verwijs hierbij daar naar:

http://www.defensie.nl/marine/operationeel/schepen/hr_ms_tromp/geschiedenis

Zie ook:

http://nl.wikipedia.org/wiki/Atjehklasse

http://nl.wikipedia.org/wiki/Kruiser

Comments Off

Doeke van Egten van “jongen” tot matroos 3e klasse bij de Marine van december 1879 tot april 1890

Via het bevolkingsregister in Amsterdam was ik er achtergekomen dat Doeke van Egten Sr. bij de marine was geweest en gevaren had op de Monitor Cerberus. Bij een bezoek van Cornelis van Egten, zoon van Wouter van Egten, kwam het verhaal voorbij dat Doeke mogelijk in Atjeh had gezeten. Kortom, genoeg reden om dit alles uit te pluizen!

Via de scheepsjournalen van deze boot vond ik zijn stamboeknummer, 20819. In het Nationaal Archief heb ik die onlangs in kunnen zien. En inderdaad, Doeke Sr. is enkele jaren in Atjeh geweest en heeft zelfs de medaille voor belangrijke krijgsverrichtingen gekregen. Als hij in Atjeh is spelen er net een aantal belangrijke zaken, zoals de uitbarsting van de Krakatau, de gijzeling van de bemanning van de Nisero, de start van de scheepsblokkade van Atjeh, en de stranding van de Zr. Ms Leeuwarden.

Hierbij de belangrijkste gegevens in een overzichtelijk schema:

31 december 1879 aangenomen te Amsterdam als jongen
1 april 1880 aan boord van Zr.Ms.Opleidingsschip Admiraal van Wassenaer. jongen / 11 maart 1882 lichtmatroos
10 april 1882 aan boord van Zeehond lichtmatroos
10 september 1882 Tromp lichtmatroos
7 februari 1883 Atjeh 1 november 1883 matroos 3e klasse
13 december 1883 Emma matroos 3e klasse
5 juni 1885 Bali matroos 3e klasse
23 oktober 1885 Koning matroos 3e klasse
22 november 1886 gerepatrieerd met het particulier stoomschip Prins van Oranje matroos 3e klasse
16 januari 1887 aan boord van Wachtschip Willemsoord matroos 3e klasse
1 mei 1887 aan boord van Wachtschip Amsterdam matroos 3e klasse
1 mei 1887 gedetacheerd aan boord van Brak matroos 3e klasse
29 oktober 1887 ? matroos 3e klasse
1 mei 1888 gedetacheerd aan boord van Brak matroos 3e klasse
21 oktober 1888 ? matroos 3e klasse
11 mei 1889 aan boord van Zr.Ms.Opleidingsschip Admiraal van Wassenaer. matroos 3e klasse
21 juni 1889 aan boord van Zr.Ms. rammonitor 1e klasse Matador matroos 3e klasse
21 juni 1889 aan boord van Zr. Ms. Monitor Cerberus matroos 3e klasse

Hij heeft in totaal meer als 10 jaar bij de marine gezeten. Aangenomen als “jongen” op 31 december 1879. Hij was toen nog maar 15 jaar oud. Op zijn 16 verjaardag ging officieel zijn contract in. Tot die tijd verbleef hij bij de Marine in Leiden.

Admiraal van Wassenaer in de haven van Amsterdam.

Hij gaat aan boord van de Admiraal van Wassenaer om opgeleid te worden tot lichtmatroos. Dat is een matroos met de laagste rang. Een lichtmatroos krijgt aan boord een opleiding. Op 11 maart 1882 krijgt hij deze rang. Het fregat Zr.Ms. ‘Admiraal van Wassenaer’ te Amsterdam was het eerste opleidingsschip voor jongens. Het reeds in 1856 te water gelaten fregat was het eerste fregat met stoomvermogen van de Koninklijke Marine. In 1875 werd het verbouwd tot opleidingsschip op de Amsterdamse Rijkswerf, waar het schip ook een vaste ligplaats kreeg. Volgens plan werd aan boord van de ‘Admiraal van Wassenaer’ aan jongens een twee-jarige opleiding worden gegeven tot lichtmatroos bij de zeemacht. Het schip zal tot 1913 in gebruik blijven als opleidingsschip.

Na de Adminraal van Wassenaer gaat hij op 10 april 1882 over op de Zr. Ms instructiebrik Zeehond. De wikipedia weet te melden over de brik: “Een brik heeft twee vierkantgetuigde masten, aangevuld met stagzeilen. Achter de grote mast bevindt zich een langsscheepszeil, het brikzeil.

Op 10 september 1882 gaat hij over op de majestueuze schroefstoomschip der eerste klasse Zr. Ms. Tromp. Een boot die op stoom vaarde maar ook kon zeilen. Met deze boot vertrok Doeke naar Nederlands Indie. De Tromp bracht hem naar Onrust, een eiland bij Batavia.

Daar ging hij over op de Zr. Ms Atjeh, ook een schroefstoomschip der eerste klasse. Dit was een kruiser net als de Tromp
(www.dutchvleet.nl: Uit het Marine Jaarboek 1898-1899: met een vaart van 10 knopen kon een afstand van 2000 mijl worden afgelegd. Als de snelheid verlaagd werd tot 6 knopen, dan werd de af te leggen weg het dubbele, namelijk 4000 mijl. Maar dan was de kolenvoorraad van 590 m3 wel opgestookt. )
In het Marine Museum in Den Helder staat een model van de Atjeh, evenals de Tromp een schroefstoomschip 1ste klasse met twee schoorstenen.
In het Nationaal Archief heb ik het scheepsjournaal van de Atjeh gefotografeerd en ik ben deze nu aan het doornemen. Op de dag dat hij aan boord zou zijn gegaan volgens het stamboek op foto 163 kom ik inderdaad zijn naam tegen:

“Uit de rolle Zr Ms. Tromp in die van Zr. Ms Atjeh
Lichtmatroos D. van Egten”

Dat is natuurlijk een mooi bewijs dat het stamboek klopt tot nu toe.
Aan boord van de Atjeh is het leven in het begin vrij eentonig. Ze liggen meer dan een maand bij Onrust met dagelijk een zelfde programma. Schoon schip maken, tuigage lessen, exercitie met geweer, etc. Op de eerste week aan boord gaat Doeke in de fout en krijgt hij starfdienst:

“Gestraft met 8 dagen strafdienst de licht matroos v. Echten, uitkijk zijnde van zijn post geloopen.”

Zijn naam wordt foutief hier met ch geschreven.
Ik zal het scheepsjournaal doornemen op meer bijzonderheden.

Van mijn vader wist ik dat hij als jongen de uitbarsting van de Krakatau op zee had meegemaakt. Nu is daarvoor ook het bewijs geleverd. Hij is op 26 en 27 augustus 1883 aan boord van de Atjeh als de uitbarstingen plaatsvinden. Hij is dan voor de kust van Oleh-Leh de havenstad van Kotja Radja, hoofdstad van Atjeh. Hij is dan zo’n 2500 kilometer van de Krakatau, maar de ontploffing was tot in Australië te horen geweest. Nieuwsgierig als ik was heb ik gelijk die twee dagen van het scheepsjournaal bekeken, maar helaas wordt er niets over gemeld.

Na de Atjeh gaat hij op 13 december 1883 over op de Zr. Ms. Koninging Emma. Grappig genoeg is dat het schip waar de overgrootvader van mijn partner ook op gevaren heeft, zo’n 15 jaar later. Over dit schip is best veel te lezen op Internet. Zie bv: http://www.veteranen-online.nl/maritiem/emma.htm
Doeke Sr. is aan boord als de Emma op 7 maart 1885 de Zr. Ms Leeuwarden assisteerd die op een rif gelopen is voor de kust van Atjeh.
Het fregat met stoomvermogen Zr.Ms. ‘Leeuwarden’ loopt voor de kust van Atjeh (Nederlands-Indië) op een rif. Na het overgeven van de inventaris, tuigage, artillerie, enz aan de assisterende schepen w.o. Zr.Ms. ‘Koningin Emma’, ‘Borneo’ en ‘Kedirie’ kan het schip op 11 maart weer worden losgetrokken. De ‘Leeuwarden’ wordt hierna gesleept naar het eiland Onrust en vandaar naar Soerabaja. Het schip wordt nog in datzelfde jaar, in september 1885, uit dienst gesteld en verkocht voor de sloop.

Op 5 juli 1885 gaat hij over naar het schroefstoomschip 3e of 4e klasse Zr. Ms. Bali

De laatste boot waar hij in Nederlands Indië dienst op doet is de Zr. Ms ramtorenschip Koning der Nederlanden.

Hij wordt op 22 november 1886 gerepatrieerd naar Nederland met de prins van Oranje waar hij op 16 januari 1887 een tijdje op een wachtscip in Willemsoord zal verblijven.

Zijn volgende boot wordt de Brak waar hij op 1 mei 1887 aanmonsterd. Op dit schip zal hij twee jaar blijven om vervolgens op 11 mei 1889 nog een korte tijd terug te gaan naar het schip waar hij als jongen werd opgeleid tot lichtmatroos, de Zr. Ms Opleidingsschip Admiraal van Wassenaer.

Als laatste schip dient hij op de Zr. Ms Monitor Cerberus. Al staat in zijn stamboek dat hij op de Monitor matador zou gaan dienen. Wel vreemd dat zo’n stamboek er nog naast kan zitten. In ieder geval weet ik nu al dat hij zeker ook op de Tromp en de Atjeh heeft gezeten omdat ik dat heb gezien in de scheepsjournalen van de Atjeh.

Hier nog enkele schermafbeeldingen uit het scheepsjournaal van de Atjeh, 7 febr. 1883 folio 168,:

Doeke komt aan boord van de Zr. Ms. Atjeh, 7 februari 1883

17 februari 1883

Gestraft met 8 dagen strafdienst de licht matroos v. Echten, uitkijk zijnde van zijn post geloopen.

Nog wat aantekeningen die ik moet uitwerken van de foto’s die ik gemaakt heb van de scheepsjournalen:

Foto: nationaal archief 29072010 deel2 97.jpg in die buurt Krakatau
nationaal archief 29072010 deel2 169.jpg 21 februari 1883
nationaal archief 29072010 deel2 161.jpg start van 7 febr. 1883 start van Doeke aan boord van de Atjeh

Op 163:
Uit de rolle Zr Ms. Tromp in die van Zr. Ms Atjeh
Lichtmatroos D. van Egten

Op 165:
Lichtm. Les in tuigage
Lichtmatrosen: Exercitie met het geweer en theorie over het tuig
Ook nog een onduidelijke mededeling over theorie in de batterij over exercitie, etc

161 t/m 166 ze zijn dan in Onrust.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Onrust_(eiland)

Koning = Koning der Nederlanden
Op 167
17 februari 1883

Gestraft met 8 dagen strafdienst de licht matroos v. Echten, uitkijk zijnde van zijn post geloopen.

Op 168
19 febr., vlaggen in top vanwege de verjaardag van de koning, Willem III
Op 172
1 maart 1883
11:30 Vendu van plunje van inlandse deserteurs.
3:30 Uitbetaling van soldijen en maandgelden

Benaming van Kruiser 1e klasse Atjeh, normaal stoomschip of schroef stoomschip genoemd.

9 responses so far

Cornelis Krusemanstraat 46, 1 hoog, geboortehuis van mijn vader Edo van Egten

Na lang puzzelen ben ik er toch eindelijk achter waar mijn vader geboren is;  Cornelis Krusemanstraat 46, 1 hoog.
Het stadsarchief heeft tegenwoordig woningkaarten online en daar vond ik inderdaad Doeke van Egten op nummer 46-I. Zelf dacht ik lange tijd dat het nummer 46 was omdat ik dat nummer gezien had op de gezinskaart.

Op de kaart zien we het volgende:

Op regel 1 zien we staan Egten van Doeke, geboortejaar ’96. Bij M/V staat de gezinsindeling, 2 man en 1 vrouw. De 2e “man” is natuurlijk mijn vader, geboren op 30-11-1923. Ook Cornelia Boelmans, zus van Trientje Boelmans, heeft nog ingewoond bij het gezin. Bij haar staat er bij gekrabbeld, beh. zr. (behuwd zuster).  Schoonzuster zouden we tegenwoordig zeggen.

Het gezin heeft daar gewoond vanaf 30-01-1923 (dat is een week na hun trouwdag 23-11-1923) tot 12-02-1926. Toen verhuisde ze op 12-02-1926 naar de Orionstraat 4 hs in Amsterdam Noord. Op die kaart zie ik weer dat het lijkt alsof ze daarna naar het Wognemerplantsoen 1 hs zijn verhuist, maar of dat zo is moet ik nog uitzoeken. Ik dacht dat ze van hier uit direct naar Leeuwarden waren verhuist.

Update 11 mei 2012.

Na de Orionstraat is de familie inderdaad naar het Wognumerplantsoen 1 hs verhuist. En wel op 15 september 1927. De kaart is niet echt heel duidelijk maar hij klopt wel. Doeke van Egten zijn naam staat er niet maar wel zijn geboortejaar, 1896. Daarnaast klopt het aantal leden van het gezin 4M en 1V. En de verhuizing naar Leeuwarden klopt ook. Dat was op 20 februari 1930. Op zijn PTT dienststaat zien we dat per 1 maart 1930 Leeuwarden zijn standplaats wordt.

De jongens van zijn dus alle drie op een ander adres geboren:

Edo – Cornelis Krusemanstraat 46 – I
Doeke – Orionstraat 4 hs
Alko – Wognumerplantsoen (hoek Wognumerstraat) 1 hs

Meer informatie over de woning kaarten op:
https://stadsarchief.amsterdam.nl/archieven/archiefbank/indexen/woningkaarten/handleiding/index.nl.html

dinsdag 3 augustus 2010

Vandaag ben ik uit mijn werk even wezen kijken bij dit adres. Het ziet er uit als een ruime bovenwoning, gelegen op een hoek. Er is al wel veel gerenoveerd, zo zijn de ramen duidelijk vernieuwd. Hieronder wat foto’s.

 

 

 

 

20 responses so far

Doeke van Egten sr. en de Zr. Ms. Monitor Cerberus

monitor-cerberus2

De monitor 2e klasse Hr.Ms. “Cerberus”, afgemeerd aan een steiger achter het Centraal Station in Amsterdam. *

In het bevolkingsregister van de gemeente Amsterdam kwam ik tegen dat Doeke sr. aan boord van de Monitor Cerberus had gezeten. Een intrigeerende aantekening. Dat moest haast wel betekenen dat Doeke bij de marine had gezeten. Ik heb de persoonslijst van het NIMH gelijkt doorgekeken, maar helaas kwam ik hem daar niet tegen. Bij een voorouder van mijn partner en dochter, Pieter van der Wolk, had ik meer geluk gehad…. Van hem hadden ze zelf zijn “conduit boekje”.

Het NIMH zond me wel deze brief:

Brief NIMH

Vandaar dat ik het Nationaal Archief op zoek ben gegaan naar meer informatie over deze boot en de mogelijk aanwezigheid van Doeke van Egten aan boord. Ik had al gevonden dat er scheepsjournalen bestonden van het schip. Op te vragen via toegang 2.12.03 inv. nummer 880 en 881.
In het boek van 1889 en 1890 kwam ik inderdaad zijn naam tegen!
Ik wist dat hij waarschijnlijk op 4 april 1890 van boord was gegaan en ingeschreven werd in het bevolkingsregister van Amsterdam. Vandaar dat ik terug ben gaan bladeren. Als snel had ik beet. Hij bleek op 10 maart 1890 een straf gekregen te hebben van 5 dagen. “Gestrafd met 5 dg strafd. matr. 3. kl. D. van Egten. 20819″ Staat er letterlijk. Strafd. Is waarschijnlijk strafdienst, want dat zie ik bij andere matrozen ook staan. Dit zijn zo van die feiten die gelukkig in het scheepsjournaal worden opgenomen!

omslag

5-dagen

Terug bladerend zie ik nog meer vermeldingen. Op 10 september 1889 is het weer raak. Samen met maar liefst 14 anderen krijg Doeke van Egten straf, 3 dagen strafdienst deze keer. Opgetekend door de man met een leesbaar handschrift, A. Stoppelaar.

3 dagen strafdienst (Small)

Ook aan het begin van het scheepsjournaal, bij het aan boord gaan van een nieuwe bemanning, op 21 juni 1889, staat hij vermeld. Hij is matroos 3e klasse met registratie nummer 20819.

d-van-egten (Small)

Nat Archief -kb 28-04-2010 203 (Small)

Een interessante passage over de Monitor Cerberus kwam ik tegen in:

H.W. Lintsen (red.), Geschiedenis van de techniek in Nederland. De wording van een moderne
samenleving 1800-1890. Deel IV. Delfstoffen, machine- en scheepsbouw. Stoom. Chemie. Telegrafie
en telefonie. Walburg Pers, Zutphen 1993

Hierbij een citaat:

“In april 1867 gaf de Tweede Kamer goedkeuring voor de uitvoering van de
vlootvernieuwing met pantserschepen zoals door de commissie tot herziening van
de kustverdediging was aanbevolen. De Marine plaatste bestellingen bij particuliere
werven in Engeland en Frankrijk. Het was de bedoeling dat die eerste schepen op
de Rijkswerf in Amsterdam zouden worden nagebouwd en de minister stuurde dan
ook ingenieurs naar Engeland en Frankrijk om toezicht te houden op de bouw en
tegelijkertijd het vak af te kijken. De eerste schepen die in Nederland werden
gebouwd waren de rammonitors Cerberus en Bloedhond. Daarvoor werden de
tekeningen van de door Laird geleverde Heiligerlee en Krokodil gebruikt. De NSBM
leverde de complete machine-installaties voor deze twee schepen.80. Het derde
schip dat de Rijkswerf te Amsterdam bouwde was het ramtorenschip Guinea,
gemaakt naar het gewijzigd ontwerp van de Buffel die bij Napier in aanbouw was.
Dit schip kreeg een machine van de Koninklijke Fabriek van Stoom en andere
Werktuigen. De Cerberus was in januari 1869 gereed”

Hieronder plaats ik nog een mooie serie afbeeldingen die ik van het schip heb gevonden met behulp van de zoekmachine Maritiem Digitaal en uit het Amsterdamse beeldarchief.

monitor-cerberus-kleur

monitor-cerberus-middelburg

monitor-cerberus3

monitor-cerberus-tekening

monitor-cerberus-tekening2

http://www.milwiki.nl/milwiki/index.php?n=Onderzoek.Art03

Zuster schip Monitor Adder

http://beeldbank.amsterdam.nl/

http://www.maritiemdigitaal.nl/

* Datering: 8 november 1894
Herkomst: Stadsarchief; Fotoarchief Jacob Olie Jbz.
Documenttype: foto
Vervaardiger: Jacob Olie (fotograaf)
Geografische naam: De Ruijterkade
Afbeeldingsbestand: 10019A001201

Verder onderzoek in:

Toegang 2.12.14:
Stamboeken van Schepelingen Marine 1860 – 1901, inventarisnummers 503-533.
Getypte naamklapper : 2.12.07
Bron: Infoblad 4 Nationaal Archief

3 responses so far

Next »